Geen sociaal Europa zonder hervormingen bezuinigingen
05 / 10 / 2010
De Europese vakbonden mobiliseerden deze week in Brussel voor een sociaal Europa en tegen bezuinigingen. Ik begrijp de bezorgdheid over zware ingrepen in onzekere economische tijden. Ik deel de vraag naar schuld en boete voor de crisis die werd aangestoken op de financiële markten. Maar de enige manier om een “sociaal Europa” te kunnen garanderen voor de toekomst, is via systeemhervormingen en een zuiver budgettair beleid.
Europa is echt wel sociaal
Eerst een paar woorden over hoe “sociaal” Europa eigenlijk wel is. De landen van de Europese Unie besteden gemiddeld maar liefst 27% van hun jaarlijkse welvaartscreatie aan sociale bescherming. Daarmee zijn we de mondiale koplopers voor sociaal beleid. En dan hebben we het nog niet over onderwijs of overheidsapparaat – twee andere domeinen waarin Europa massaal publieke middelen pompt.
Toen de crisis insloeg, heeft Europa zich andermaal van zijn sociaalste kant laten zien. In plaats van economisch relancebeleid, waarvoor Amerika en China zeer diep zijn gegaan, hebben we vooral de sociale zekerheid ondersteund, onder meer in de werkloosheid. Op de arbeidsmarkt zijn kosten noch moeite gespaard om mensen in hun job te houden, eerder dan voor nieuwe jobs te gaan. De Europese Unie opende dan weer een fonds om mensen die toch hun job verloren, te helpen in de zoektocht naar een andere. En wat de redding van de banken betreft: dat was natuurlijk tandenknarsen, maar uiteindelijk is het gebeurd om een totale implosie te vermijden en het spaargeld van Jan en Mieke modaal veilig te stellen.
Een tussenbalans
Twee jaar later kunnen we een tussenbalans opmaken. De economie is uit recessie maar herneemt traag en is nog kwetsbaar. Vele Europese landen zitten intussen op hun tandvlees. Dat heeft te maken met de crisis maar ook en vooral met falend beleid uit het verleden. Volgens de regels van de Europese muntunie moesten alle landen begrotingsdiscipline aanhouden en de overheidsschuld naar 60% van hun jaarlijkse welvaartscreatie brengen. Vele lidstaten hebben dat niet gedaan: ook vóór de crisis was het gemakkelijk en populair om meer uit te geven dan we ons konden veroorloven. Daarmee heb je dan wel meteen het water aan de lippen als het minder gaat. Dat is vandaag het geval met bijvoorbeeld Griekenland, België, Ierland, Italië en – buiten de eurozone – het Verenigd Koninkrijk.
Daarnaast is er groei en competitiviteit. In 2000 stemden alle EU-lidstaten in met een strategie om tegen 2010 “de meest competitieve kenniseconomie ter wereld” te zijn – u leest het goed. Doelstelling was het economische verval van de Europese Unie stoppen en meer banen scheppen. Daarvoor waren hervormingen nodig, onder meer in arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Geen gemakkelijk verhaal, met overal reserves en vaak verzet van vakbonden. Het resultaat is een compleet fiasco, behalve in een paar landen die er echt zijn voor gegaan. Zo in Duitsland, waar sociale partners een compromis voor loonmatiging en concurrentiekracht sloten. Vandaag is Duitsland een echte exportbom die profiteert van de groei in Azië en waar de werkloosheid daalt.
De vergrijzing
Tot slot is er de vergrijzing. Alle Europese landen weten al jaren dat de combinatie van stijgende levensverwachting met de veroudering van grote babyboomgeneratie een gigantische onbetaalde factuur betekent voor hun sociale zekerheid. Daarvoor moest er opnieuw structureel worden ingegrepen, onder meer in pensioenen en op de arbeidsmarkt opdat mensen langer zouden kunnen werken. Ook daar hebben vakbonden het moeilijk mee. Ook hier is het resultaat een erfenis van halve of gemiste hervormingen. Denk maar aan de Calvarie van het onmondige Generatiepact in België. Ondertussen loopt de vergrijzing en moeten er middelen gevonden worden die er niet zijn om de pensioenen te betalen.
Schuldafbouw is dus onvermijdelijk omdat vele landen van de Europese Unie, met België op de eerste rij, in het verleden hebben nagelaten hun huiswerk te doen om begroting, economie, arbeidsmarkt en pensioenen op orde te brengen. Bezuinigingen zijn helaas nodig om de staatsfinanciën gezonder te maken, de economie uit de wurggreep van overheidsschuld te halen en de vergrijzing te betalen. Er moet uiteraard nagedacht worden over modaliteiten: over het tempo van de schuldafbouw, over de manier waarop we verstandig kunnen besparen om meer groeipotentieel te bereiken, en over de mix tussen bezuinigen en belastinghervorming.
Een zinkend schip
Maar de bottom line is glashelder. Zonder brede hervormingen en grote besparingen is ons sociaal model een zinkende Titanic waarop de huidige generatie misschien nog een tijdje kan doorfeesten, maar die voor de volgende generatie langzaam maar zeker de dieperik ingaat. De vakbonden hebben altijd al op de rem gestaan. Als ze nu opnieuw blokkeren, dan zullen ze uiteindelijk zelf het sociaal Europa ondermijnen.