Dams heeft het niet echt over individualisme, maar over egoïsme, maar hij beperkt die ondeugd tot ‘achtergestelde groepen’, terwijl de financiële crisis net heeft aangetoond dat het rauwe egoïsme zich bij de elites bevindt. Als hij al op zoek wil gaan naar normoverschrijdend gedrag, moet hij dat vooral niet in Borgerhout doen, maar in de groene wijken waar beursanalysten, bankiers en CEO’s resideren. Er worden miljarden verkwanseld met CO2 fraude; rauwe criminaliteit in de bankensector is verantwoordelijk voor het leed van miljoenen Europeanen, en er verdwijnt jaarlijks in Europa meer dan 2000 miljard euro aan fiscale fraude naar geheime bankrekeningen. Dat geld wordt daar niet geparkeerd door allochtone jongeren uit Borgerhout. Dat betekent geenszins dat we kleine criminaliteit moeten veronachtzamen, het wil enkel zeggen dat het bezwaarlijk als de reden voor de val van een beschaving kan worden gezien. Dam schetst hier veel meer zijn eigen zielige vooroordelen, die zich uitkristalliseren in een merkwaardig rechts ideologisch discours dat - toevallig of niet - bijdraagt tot het griezelige klimaat dat schopt naar de zwaksten in de samenleving en de corrupte elites ongemoeid laat.