Ik ga met al die punten vrijwel akkoord, behalve de conjunctuur.
Hoogconjunctuur is vrij goed gedefinieerd.
De hoogconjunctuur is de opgaande fase in de conjunctuurbeweging van de vrijemarkteconomie. Deze kenmerkt zich door een grote, economische bedrijvigheid, een geringe werkloosheid en een krachtige bestedingsneiging onder consumenten. Een overspannen hoogconjunctuur lijkt aangenaam, maar dat is het uiteindelijk niet. De economie gaat te hard, bedrijven krijgen de producten niet aangeleverd, verhogen hun prijzen en smijten met geld. Arbeidsreserve is er niet want bijna iedereen werkt, dus de lonen vliegen omhoog en de prijzen gaan mee. Deze algehele stijging van prijzen heet inflatie.
Een hoogconjunctuur heeft eigenlijk altijd een neergang als gevolg. Er ontstaat dan een tegenovergestelde periode, namelijk die van de laagconjunctuur.
Als een hoogconjunctuur geanticipeerd wordt, is een voorname actie het verhogen van de rente op leningen zodat het aantal investeringen terug gedreven wordt en de economische activiteit verlaagd wordt.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoogconjunctuur
Deze economische periode wordt gekenmerkt door:
hoge economische groei
stijging van de inflatie
krappe arbeidsmarkt
hoog consumenten- en producentenvertrouwen
veel kredietverlening en een stijgende rente
https://www.economielokaal.nl/hoogconjunctuur/
Geen van die zaken is aanwezig.
Arbeidsmarkt is heel ver van krap.
Kredietverlening en stijgende rente: nul tot negatieve rente en er wordt maar zeer moeilijk geleend door banken.
Inflatie in Europa is laag. België is nu een speciaal geval omdat er hier sterke belastingstijgingen zijn die voor inflatie zorgen.
Spaargelden stijgen en stijgen. Er wordt niet zoveel uitgegeven, maar vooral opgepot (dit heeft natuurlijk ook te maken met stijgende vermogensongelijkheid, waarbij vermogenden gewoon niet meer kunnen uitgeven).
Vertrouwen zit op positieve tendens, maar het voelt wankel aan.
Ik zie al die zaken niet als losstaand. Die toenemende ziekte, vertraging in productiviteit, etc ...
Dat productiviteit niet snel stijgt is een van de grote economische mysteries van vandaag. Maar er zijn wel verklaringen voor. Een grote babyboomgeneratie die veel anciënniteit heeft en nu vervangen wordt door lager betaalde jonge werknemers. Die ouderen zelf gaan over naar een lager vervangingsinkomen (pensioen). Veel van de ouderen die nog aan pensionleeftijd zitten zijn eigenlijk vaak amper productief omdat ze niet met technologie om kunnen (zelfs moeilijkheden met PC).
Naast dat demografische speelt volgen mij ook de factor van sectoren. En dit brengt mij direct ook naar het verhaal van ziekte en het einde van grote groei (zoals je zei, cijfers die we niet meer gaan terugzien).
De primaire en secundaire sectors zijn enorm productieve sectoren. Vooral de secundaire sector (industrie) creëert zeer veel meerwaarde en betaald doorgaans ook zeer goed. De tertiaire sector is verdeeld in goed en slecht betaalde jobs.
Laat het nu zo zijn dat voornamelijk de industrie te maken heeft met zeer veel automatisatie en dus jobverlies. Dat zijn redelijk hoge inkomens die niet geëvenaard worden als al die mensen naar elders gaan. Ook in de tertiaire sector worden meer en meer goed betaalde jobs geëlimineerd.
De quartaire sector (publieke dienstensector zoals verpleegkundigen, leerkrachten) daarentegen groeit. Maar dit zijn eigenlijk gewoon kostfactoren die geen meerwaarde opleveren, of toch geen economische (wel sociale meerwaarde natuurlijk). Dit is ook grotendeels door overheid betaald en die overheid durft nogal te falen in het mee zijn met technologie.
Lijkt mij dat de issues van vandaag vooral te maken hebben met technologie die heel verschuivingen teweegbrengen in economie en op de arbeidsmarkt.
Lijkt mij dat strenger worden of meer investeren in activeringsbeleid eigenlijk een manier is om op de symptomen te mikken terwijl de onderliggende ziekte gewoon genegeerd wordt.
Imo dringt een veel diepgaandere verandering is gans het systeem zich stilaan op. Een waarbij het arbeidsfetisjisme langzaam losgelaten moet worden en meer aandacht moet gevestigd worden op het mogelijk maken voor alle mensen om volwaardig deel te nemen in de economie, zodat die blijft draaien. Dus zogen dat mensen kunnen blijven consumeren ondanks ziekte, werkloosheid, gelijk wat. De oude methoden zitten imo op hun einde.
Nog kort over die grote van de overheid in Wallonië. De PS daar heeft zich zeer duidelijk geuit als cliëntelistisch, als staatskapitalisten (typisch socialisten, maar het laatste decennia of twee ligt het er extra dik op wat voor cliëntelisten het zijn). Ze willen inderdaad een grote staat en ze willen veel postjes in dat groot staatsapparaat. Maar het zijn ook rechtse partijen die de staat laten groeien. Als je naar de geschiedenis kijkt is de staat ook onder een Thatcher en Reagan gegroeid. Het is keer op keer zo. Rechts durft soms naar zichzelf te verwijzen als tegen big state, maar keer op keer groeien ze evengoed die big state. De politieke klasse heeft de neiging in het algemeen altijd de staat te doen groeien.
Met al de verschuivingen van bevoegdheden is het moeilijk te zeggen of Vlaanderen en Wallonië momenteel de staat doen groeien of krimpen.
Als je kijkt naar een land als Duitsland, Luxemburg of Nederland, die het momenteel zeer goed doen, dan zie je dat die nog meer uitgeven aan sociale toestanden dan België (dat gewoon gemiddeld is). Maar waar ze veel minder aan uitgeven is subsidies (bedrijfswagen, woonbonus en natuurlijk cadeau's aan grote bedrijven zogezegd in ruil voor jobs) en ambtenarenapparaat.
File:Main components of government expenditure, 2015 (¹) (% of total expenditure) YB16 II.png - Statistics Explained