Ik zal wel een verrader van het Vlaamse volk zijn, want ik houd nog altijd evenveel van het Waalse volk als vroeger. Vroeger, dat was de tijd, toen ik op de schoolbanken zat. De dure reizen voor iedereen naar het buitenland en de sneeuwklassen waren nog niet uitgevonden. De zeldzame schoolreizen duurden maar een dag, waren goedkoop, omdat wij onze boterhammen meenamen, en gingen meestal naar de Ardennen. Ik heb nooit het gevoel gehad dat die vriendelijke Walen mijn vijanden waren. Later ben ik te weten gekomen dat er veel en harde strijd nodig geweest is, opdat de meerderheid van de Vlamingen en van de Walen een aantal elementaire rechten zou bekomen en dat die strijd in de eerste plaats gevoerd is door Waalse arbeiders. Ik dank mijn welvaart aan de strijd en de offers van Waalse arbeiders en ik vind dat ik hen daar dankbaar moet voor zijn en blijven. Daarom voel ik mij verplicht solidair te zijn met de Walen, nu het minder goed gaat met hen.
Natuurlijk hebben ook Vlaamse arbeiders gevochten voor hun rechten, maar ze waren niet zo talrijk als hun Waalse kameraden. Heel wat Vlamingen zijn trouwens verplicht geweest te gaan werken in Waalse mijnen en fabrieken, omdat er in Vlaanderen geen werk was voor hen. Heel wat Walen dragen daardoor de Vlaamse namen van hun ouders, zoals Cools, Onkelinx, Van Cauwenberghe. De meerderheid van de Vlamingen stemde vroeger voor de CVP en vond het goed dat andersdenkenden gepest en verdrukt werden. Pas dertig jaar geleden is dat veranderd, maar het einde van de CVP-staat betekende niet dat Vlaanderen een linkse regio geworden is.
Het dogmatische katholieke denken is in Vlaanderen geleidelijk vervangen door het neoliberale eenheidsdenken, dat van elke Vlaming verwacht dat hij zich kapot werkt om zoveel mogelijk te kunnen consumeren en dat hij de anderen beschouwt als zijn concurrenten. Voor de neoliberale Vlaming zijn alle andere Vlamingen concurrenten, maar omdat zelfs de meest verstokte neoliberaal vandaag wel begrijpt dat Verhofstadt ongelijk had, toen hij in een van zijn burgermanifesten opkwam voor het recht van de burger om uit de staat te treden, maakt hij een onderscheid tussen concurrenten en vijanden.
Een concurrent moet je trachten op een vreedzame manier te overtroeven. Je moet ernaar streven meer te verdienen dan de concurrenten en dat geld gebruiken om een grotere woning en een duurdere en snellere auto te bezitten dan de concurrenten en om meer op reis te gaan zij. Concurrentie is oorlog met vreedzame middelen. Maar omdat ieder mens vroeg of laat wel eens de hulp nodig heeft van andere mensen, zijn er volgens het neoliberale eenheidsdenken een beperkt aantal regels nodig om de sterken te helpen, wanneer ze eens niet sterk genoeg zijn om zichzelf te helpen.
Voor een vijand mogen deze regels niet gelden. De vijand moet zichzelf maar in alle omstandigheden kunnen helpen en als hij dat niet kan, mag hij creperen. En omdat mensen creperen niet leuk vinden, komt het af en toe eens tot een oorlog tussen vijanden.
Een oorlog wordt meestal voorafgegaan door pesterijen en een strijd met woorden, waarmee getracht wordt aan te tonen dat de vijand verantwoordelijk is voor de oorlog. De voorbereiding van de Vlaamse oorlog tegen de Walen lijkt al begonnen. Zo is er in de eerste plaats de Vlaamse leugen dat het de schuld is van de Walen, wanneer het slecht gaat met hun economie.
Tot zowat vijftig jaar geleden had Wallonië een sterke economie dankzij de mijnen en de staalindustrie, terwijl Vlaanderen een arme agrarische streek was, die gedomineerd werd door de conservatieve katholieke kerk. De sluiting van de steenkoolmijnen en de teloorgang van de staalindustrie hebben ertoe geleid dat het economisch overwicht in België op korte tijd naar Vlaanderen verschoven is. Hetzelfde fenomeen heeft zich trouwens in alle West-Europese landen voorgedaan. Regio’s die vanaf de negentiende eeuw een economische bloei kenden door de ontwikkeling van de mijnen en de staalindustrie, zagen hun economie ineenstorten, omdat kolen en staal niet meer even belangrijk waren als in het verleden. De wetmatigheden van het kapitalisme hebben daarvoor gezorgd. Wallonië is verarmd, omdat onze economie kapitalistisch is en niet omdat de Waalse arbeiders te lui zouden zijn of te veel gestaakt hebben, zoals de hardnekkige leugen van de hardwerkende en veelconsumerende Vlamingen luidt.
Een andere Vlaamse leugen is de bewering dat het in heel Wallonië slecht gaat met de economie en dat het in heel Vlaanderen goed gaat. Als men de economische gegevens eens per provincie of per kanton zou bekijken, zou men vaststellen dat het in Wallonië niet overal even slecht gaat en in Vlaanderen niet overal even goed. Maar dat willen de hardwerkende en veelconsumerende Vlamingen natuurlijk niet weten en dus steunen ze zich enkel op statistieken voor heel Wallonië en heel Vlaanderen.
Het Vlaamse egoïsme viert vandaag hoogtij, wat ondermeer tot uiting komt bij de verkiezingsoverwinningen van het VB. Maar niet alleen die partij wil de Walen aan hun lot overlaten. De andere rechtse partijen doen hun best om te bewijzen dat de Walen ook hun vijand zijn. Voor Vandenbroucke moet de sociale zekerheid gesplitst worden en hij staat in de SP.A niet langer alleen met die stelling.
Er is een tijd geweest dat Frans de officiële voertaal was in Vlaanderen. Dat was niet de schuld van de Walen, maar van de Vlaamse elite, die zich van het volk wou onderscheiden door het spreken van de Franse cultuurtaal. Er is veel strijd nodig geweest om voor de Vlamingen het elementaire recht te bekomen in hun eigen land voor alles hun eigen taal te mogen gebruiken. Die strijd hebben ze niet tegen de Walen moeten voeren, maar tegen hun eigen elite. Vandaag zijn er steeds meer Vlamingen die menen hun minachting voor het domme volk te moeten tonen door zoveel mogelijk gebruik te maken van een andere vreemde taal, het Engels. Zoals hun voorgangers er fier op waren dat ze Frans spraken, zijn zij er fier op dat ze Engels spreken. Ze schreeuwen moord en brand, wanneer een Vlaming in Brussel eens een taalprobleem heeft met een overheidsinstelling, maar ze vinden het heel normaal dat de eigen taal van de Vlamingen in hun eigen land verdrongen wordt door het overal oprukkende Engels. Als het van hen afhangt, wordt Engels de voertaal van de Vlaamse universiteiten.
De kennis van het Nederlands is tegenwoordig bij veel Walen en Franstalige Brusselaars niet beter of slechter dan die van het Frans bij veel jonge Vlamingen. Een vreemde taal aanleren is nu eenmaal niet zo gemakkelijk en die realiteit heeft voor gevolg dat voor heel wat banen in het overwegend Franssprekende Brussel niet genoeg Franstaligen gevonden worden, die zich op een behoorlijke manier in het Nederlands kunnen uitdrukken. Als Vlamingen in Brussel niet overal in hun eigen taal te woord gestaan worden, is dat geen uiting van slechte wil van de Franstaligen. Als bijvoorbeeld een ziekenhuis geen dokters en verplegers vindt die Nederlands spreken, heeft het de keuze tussen het aanwerven van Nederlandsonkundige dokters en verplegers en het niet aanwerven van dokters en verplegers. Hardwerkende en veelconsumerende Vlamingen denken daar wellicht anders over, maar ik heb liever een dokter die mijn taal niet begrijpt dan geen dokter.
Steve Stevaert heeft ooit gezegd dat wie op jacht gaat met de fanfare op kop, niet veel wild zal vangen. Twee jaar geleden hebben de Vlaamse politici dat ondervonden. Hoewel het Vlaams Parlement daarvoor niet bevoegd is, hebben ze tijdens de campagne voor de verkiezingen van dat parlement beloofd dat ze het kiesarrondissement Brussel - Halle - Vilvoorde onverwijld zouden splitsen. Het is niet gesplitst, omdat voor die splitsing de instemming van de Franstaligen nodig is en die vroegen er vanzelfsprekend een voor de Vlamingen veel te hoge prijs voor. Aldus hebben de Vlaamse politici zich hopeloos belachelijk gemaakt, maar dat belet hen niet om onder leiding van Yves Leterme opnieuw op jacht te gaan met hun fanfare op kop.
Volgens Yves Leterme zijn de Franstaligen in België niet slim genoeg om Nederlands te leren. Rekening houdend met de kennis van het Frans bij de jonge Vlamingen, heeft Elio di Rupo het volste recht om te zeggen dat de Vlamingen niet slim genoeg zijn om Frans te leren.
Wat willen Leterme en zijn medestanders eigenlijk? Zijn ze misschien van plan na de verkiezingen van volgend jaar een zo zware politieke crisis uit te lokken dat het Vlaams Parlement er uiteindelijk kan toe gebracht worden de Vlaamse onafhankelijkheid uit te roepen, met als onvermijdelijk gevolg dat in een onafhankelijk Brussel de voor de Vlamingen gunstige taalwetten zullen afgeschaft worden? Of is het gewoon domme kortzichtigheid van onnozelaars die alleen maar denken aan een goede verkiezingsuitslag voor zichzelf?
Ik ben bang voor een onafhankelijk Vlaanderen. Voor hardwerkende en veelconsumerende Vlamingen is dat een goede zaak, maar niet voor wie meent dat de rechten van de mens, met inbegrip van de sociale rechten, voor alle mensen moeten gelden en dus ook voor alle Vlamingen.
Een onafhankelijk Vlaanderen zal een sterke rechtse meerderheid hebben, die dan op alle gebieden haar zin kan doordrijven zonder nog rekening te moeten houden met de linkse meerderheid in Wallonië. De sociale zekerheid zal zoveel mogelijk geprivatiseerd worden. De werkloosheidsvergoeding zal beperkt worden in de tijd, omdat het Vlaamse Neoliberale Evangelie zal verkondigen dat niet het kapitalisme, maar de werklozen de oorzaak zijn van de werkloosheid. Het plan Daems zal uitgevoerd worden, waardoor de werklozen zullen moeten werken voor hun werkloosheidsvergoeding. Het zal beginnen met een dag in de week en het zal eindigen met vijf dagen. Het brugpensioen zal volledig afgeschaft worden en schoolverlaters zullen geen werklozensteun meer krijgen. De Vlamingen zullen aangespoord worden om meer te concurreren en te consumeren. Vlaanderen zal geleidelijk verengelst worden. Wie geen Engels kent, zal niet meer aan een universiteit kunnen studeren. De Vlaamse rijken zullen rijker worden. De Vlaamse armen zullen armer worden. Politietaken zullen worden overgenomen door privé-bewakers en er zullen privé-gevangenissen komen. Het VB zal de kans krijgen om mee te regeren en om het probleem van de mensen zonder papieren op een radicale manier op te lossen. Het recht van de sterkste zal het voornaamste recht zijn in een onafhankelijk Vlaanderen.
Als ik in het kiesarrondissement Brussel - Halle -Vilvoorde zou wonen, zou ik bij de volgende verkiezingen voor Kamer en Senaat voor de Parti Socialiste stemmen. Het zou een stem zijn tegen een onafhankelijk rechts Vlaanderen en voor de voortzetting van de solidariteit met de vijand van de hardwerkende en veelconsumerende Vlaming.