Onderafdeling II. - Wezenlijke en bepalende beroepsvereiste.
Art. 10. § 1. Onder voorbehoud van de schikkingen bedoeld in de artikelen 11 tot 13, kan een direct onderscheid op grond van vermeend ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid, godsdienstige of filosofische overtuiging, handicap, om geen discriminatie te vormen, alleen worden gerechtvaardigd door wezenlijke en bepalende beroepsvereisten.
§ 2. Van een wezenlijke en bepalende beroepsvereiste kan alleen sprake zijn als :
1° het bedoelde kenmerk wezenlijk en bepalend is wegens de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteiten of de context waarin deze worden uitgevoerd, en;
2° het doel daarvan legitiem is en de vereiste evenredig aan dat doel is.
§ 3. De Regering bepaalt de toestanden waarin het geslacht, overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in paragraaf 2 van deze bepaling, een wezenlijke en bepalende beroepsvereiste vormt.
Als de met toepassing van het vorige lid goedgekeurde besluiten op de overheidssector betrekking hebben, worden ze goedgekeurd na raadpleging, naargelang van het geval, van het bevoegde overleg- of onderhandelingscomité, bepaald bij de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, of van het aangewezen syndicale overlegorgaan voor de besturen, diensten en instellingen waarop die wet niet van toepassing is.
Als één van de geraadpleegde organen zich binnen de twee maanden na de indiening van de aanvraag niet heeft uitgesproken, wordt zijn advies als gunstig geacht.
§ 4. Voor de andere beschermde criteria bedoeld in § 1 dan het geslacht, moet in principe de rechter, voor elk geval afzonderlijk, nakijken of een bepaald kenmerk een wezenlijke en bepalende vereiste vormt.
De Regering kan niettemin, na raadpleging van de organen bedoeld in § 3, tweede lid, een lijst bepalen waarin voorbeelden van situaties worden vermeld waarin een bepaald kenmerk, overeenkomstig § 2, een wezenlijke en bepalende beroepsvereiste vormt.
Als één van de geraadpleegde organen zich niet binnen twee maanden heeft uitgesproken, wordt zijn advies als gunstig geacht.