DE STANDAARD ANALYSE — Het systeem van de whereabouts is hard, maar verdedigbaar. Topatleten permanent opvolgen, 24 uur op 24, 7 dagen op 7, is niet prettig voor de betrokkenen, maar het is de enige efficiënte vorm van dopingbestrijding. De verantwoordelijkheid voor hun inderdaad bijzonder zware straf ligt dus in de eerste plaats bij Yanina Wickmayer en Xavier Malisse zelf.
De reacties doen een beetje denken aan de volkswoede na de positieve dopingcontrole van Eddy Merckx in de Giro van 1969. België op stelten, het parlement op stelten, ministerieel gelobby en Merckx mocht een paar maanden later toch starten in de Tour. Veertig jaar later ligt het voor Wickmayer en Malisse een heel stuk moeilijker. Het ziet er niet naar uit dat Wickmayer en Malisse hun straf zullen ontlopen, wat er de jongste dagen ook allemaal gesuggereerd is. Enkel een nooit gezien juridisch hoogstandje lijkt deze beslissing ongedaan te kunnen maken.
Profileren
Het is leuk dat Caroline Gennez, die ook ooit een tennisracket vasthield, iets gevonden heeft in deze beroerde SP.A-tijden om zich te profileren, maar eigenlijk kunnen alle politici en partijen die mee dit decreet goedkeurden niks verstandigers doen dan zwijgen. In het decreet staat bijzonder duidelijk dat drie keer de whereabouts niet correct invullen neerkomt op een minimale schorsing van één jaar. Is dit overdreven? Natuurlijk staat de straf niet in verhouding tot het misdrijf. Maar de mensen die het decreet maakten, hadden een visie: als iemand drie keer een fout maakt met zijn whereabouts, is dat een verdachte handeling, wellicht heeft die persoon iets te verbergen. Daarom is de voorziene sanctie zo zwaar. Te zwaar blijkt nu. Maar toen Michael Rasmussen in 2007 uit de Tour werd gehaald en in 2008 twee jaar schorsing kreeg wegens foute whereabouts was er applaus op alle banken. De Deense renner werd nochtans nooit betrapt op dopinggebruik.
Kan je een rechter verwijten dat hij de wet toepast? Voormalig minister Bert Anciaux (SP.A) en zijn toenmalige raadgever Chris Goossens doen dat en houden nu een warm pleidooi voor de geest van de wet. Als een 'belangrijke' atleet een regel overtreedt, zou het de taak zijn van de minister om hem daar met een vriendelijk telefoontje op te wijzen. Tja. (Bovendien blijkt uit allerlei aanwijzingen dat de zwijgzame administratie wel degelijk contact had met Malisse.)
Het wijst allemaal een beetje in de richting van de Belgische ziekte. We houden niet van controles of van formuliertjes en we vinden voorschriften en reglementen onzinnig als ze ons niet uitkomen. En áls we ermee in de problemen geraken, bellen we toch even een politicus, niet? Dat men een verkeerd geparkeerde auto wegsleept, die je dan 50 kilometer verder moet ophalen, vinden we onredelijk. Een huis bouwen zonder een correcte vergunning of op een illegale plaats? Moet kunnen. Tot Eddy Baldewijns (SP.A) minister werd en enkele huizen liet afbreken. Vlaanderen reageerde verontwaardigd en van Baldewijns hebben we sedertdien niet veel meer gehoord. Dat door politici nu aangewakkerde gevoel van onaantastbaarheid heeft zeker een rol gespeeld.
Politici zouden beter zwijgen. De enigen die recht van spreken hebben, zijn de spelersvakbond Sporta en juristen als Johnny Maeschalck, die al lang geleden waarschuwden voor de gevolgen van dit decreet.
Privacy
Als ze argumenteren dat de privacy in gevaar is, zitten ze fout. Ook zij moeten weten dat whereabouts de enige manier zijn om moderne dopingmiddelen en technieken te ontmaskeren. Een gebrek aan privacy is de tol die een topsporter betaalt. Het is dat of de dopingcontroles gewoon afschaffen.
Als hun aantijging klopt dat het systeem niet deugt, dan is dat een schande. De vraag blijft waarom dan niet meer sporters in de problemen gekomen zijn, want mank lopende computersystemen zijn meestal niet erg selectief.
Hun opmerking dat het ongehoord is, dat er enkel in Zwitserland (bij het TAS) in beroep kan worden gegaan, is volkomen terecht. Zo'n procedure is loodzwaar en peperduur. Het argument van de wetgever was dat men lange beroepsprocedures wilde vermijden zodat handige advocaten dopingaffaires niet konden rekken tot het einde van de carrière van hun sporter.
De vraag is wat Vlaanderen hieraan zou kunnen doen. In de hele heisa wordt nogal gemakkelijk de rol van het Wada vergeten. Het is uiteindelijk het Wereld Anti-Doping Agentschap dat de regels oplegt. Stel dat het Vlaams Dopingtribunaal de tennissers had vrijgesproken, dan is de kans groot dat het Wada zelf in beroep was gegaan.
Stel dat de politici beslissen het gewraakte decreet te schrappen - ook in Costa Rica, Sudan en Armenië werden de Wada-regels niet overgenomen - dan kan het agentschap beslissen dat België geschorst wordt en bijvoorbeeld geen enkel kampioenschap meer mag organiseren.
De veelgehoorde kreet 'Arm Vlaanderen, dat zijn idolen niet koestert' is dus een beetje loos. Meer dan 100.000 topatleten in meer dan 100 landen ondergaan de wet van de whereabouts. De enige vraag is of al die landen of gemeenschappen even goed controleren als Vlaanderen. Maar het is toch een beetje bizar dat we plots onze Waalse vrienden zouden bejubelen omdat ze - zoals de traditie het al decennia wil - niet echt voorop lopen in de strijd tegen doping.