Hugh is een ordinaire volwassene die, samen met z’n even normale collega’s, voor een eenvoudige routine check naar een wetenschappelijk ruimtestation op de maan vliegt. Bij hun landing ontvangt niemand hen, wat de groep in kwestie onmiddellijk vreemd vindt, maar ze beseffen nog niet dat er een spreekwoordelijk vuiltje aan de lucht hangt. Enkele minuten na hun aankomst slaat het noodlot echter toe: een ‘aardbeving’ vernielt de boel rondom hen, waardoor Hugh op het randje van de dood komt te staan wanneer de vloer onder hem het plotseling begeeft. Gelukkig bezwijkt hij niet aan z’n verwondingen, omdat een jong meisje – die hij later Diana noemt – z’n toegetakelde ruimtepak herstelt en hem in leven houdt. Niet zomaar een weerloos kind met geen flauw benul van wat er überhaupt aan de hand is, want het blijkt dat zij een synthetische en hoogst geavanceerde creatie is die bijna alle apparatuur van dit ruimtestation kan hacken. De computers, de deuren, en ook de moordlustige machines die...