Betekenisvol geschiedenisonderwijs brengt de Vlaamse regio automatisch aan bod, niet louter op zich maar ingebed in ruimere geografische Belgische, Europese en mondiale verbanden, niet eenzijdig Vlaams maar met oog voor wederzijdse beïnvloeding, en niet homogeniserend en exclusief maar inclusief met oog voor verschillende en heterogene bevolkingslagen en -groepen. Geschiedenisonderwijs zoekt geen canon mee te geven, maar reikt een historisch referentiekader aan, rijk gestoffeerd met historische feiten, die een noodzakelijk onderdeel vormen van en aanzet geven tot historisch denken. In plaats van gecanoniseerde feitenkennis simpelweg uit het hoofd te leren, stimuleert geschiedenisonderwijs via historisch denken zijn leerlingen om kritisch en vanuit meerdere perspectieven te reflecteren over (verbanden tussen) historische fenomenen, over oorzaak-gevolg en de rol van toeval, over continuïteit en verandering en de rol van menselijke agency daarin, steeds met respect voor historische contexten en bewijs uit bronnen. Op die basis daagt het leerlingen uit om kritische vragen te stellen over wat het waard is geleerd te worden, eerder dan hen zelf illusoire gecanoniseerde waarheden voor te houden.