Freelancers & Ondernemers

Voor autokosten geldt hetzelfde als voor alle andere kosten: ze zijn aftrekbaar als ze voldoen aan de voorwaarden van artikel 49 WIB92 dwz gedaan zijn om belastbare inkomsten te verwerven/behouden. Als aan deze voorwaarde voldaan is geldt voor beroepsmatige autokosten nog een specifieke aftrekbeperking in functie van de CO2-uitstoot.

Vragen die je jezelf kan stellen om de voorwaarde belastbare inkomsten te verwerven/behouden te beoordelen:
- hoe draagt de tweede wagen concreet bij tot de omzet van de vennootschap?
- als je jarenlang je activiteit met één wagen hebt gedaan, en je activiteit wijzigt niet significant, waarom heeft je zaak dan opeens een tweede auto nodig?
Het gaat hier om verloning. Je mag je gezinsleden een auto laten gebruiken die de vennootschap betaalt als verloning voor jouw diensten aan de vennootschap, of bvb jezelf een tweede auto laten gebruiken. Da's hoe er aan artikel 49 voldaan wordt. Waar je op moet letten is dat het duidelijk een vergoeding voor een prestatie is en dat je niet, zoals die rechtszaak in die link hierboven, het probeert te verdedigen als iets dat nodig is voor de activiteiten van de vennootschap.
 
Laatst bewerkt:
Dat artikel van De Tijd gaat enkel over het voordeel alle aard dat bij de bedrijfsleider dient gerekend te worden. Dus 2 wagens -> beide VAA bij de bedrijfsleider en niet bij de vrouw bv.

De echte vraag is eigenlijk of de 2de wagen aftrekbaar is van de vennootschapsbelasting. In dat artikel staat dat de fiscus waarschijnlijk een groot deel zal verwerpen als je meerdere wagens hebt, wat logisch lijkt want dan wordt er gekeken naar artikel 49 WIB.
 
Het gaat hier om verloning. Je mag je gezinsleden een auto laten gebruiken die de vennootschap betaalt als verloning voor jouw diensten aan de vennootschap, of bvb jezelf een tweede auto laten gebruiken. Da's hoe er aan artikel 49 voldaan wordt. Waar je op moet letten is dat het duidelijk een vergoeding voor een prestatie is en dat je niet, zoals die rechtszaak in die link hierboven, het probeert te verdedigen als iets dat nodig is voor de activiteiten van de vennootschap.
Kan je pakweg een vruchtgebruik aan de kust kopen dat jaarlijks 40k kost en slechts een VAA van 10k genereert om je bedrijfsleider te verlonen? Hoe zie je de kans op slagen voor zulke constructie voor een rechtbank? Ik zie geen verschil met een wagen die bijvoorbeeld 10k op jaarbasis kost, en waarvoor de bedrijfsleider op een VAA van 2k belast wordt.
 
Kan je pakweg een vruchtgebruik aan de kust kopen dat jaarlijks 40k kost en slechts een VAA van 10k genereert om je bedrijfsleider te verlonen? Hoe zie je de kans op slagen voor zulke constructie voor een rechtbank? Ik zie geen verschil met een wagen die bijvoorbeeld 10k op jaarbasis kost, en waarvoor de bedrijfsleider op een VAA van 2k belast wordt.
De fiscus ziet het niet graag, maar als je je aan de voorwaarden van het Hof van Cassatie houdt dan lukt dat wel. De wetgever heeft die VAA's bepaalt en bewust heel laag gezet, da's niet aan de fiscus om dat aan te pakken. Dat is voordelig voor een tweede auto, maar net zowel voor een eerste. Nu weet iedereen ook al dat bedrijfswagen typisch zeker 90% en vaak zelfs voor 100% voor privéverplaatsingen gebruikt worden en dat die bedrijfswagens helemaal niet zo groot en duur moeten zijn daarvoor. Daar is, als je de bezoldigingstheorie niet aanneemt, ook al een probleem met artikel 49 en toch wordt dat altijd aanvaard.
 
Laatst bewerkt:
Begrijp ik het nu goed dat ik een 2e auto op de zaak kan zetten en dat ik als enige argument moet hebben 'het is mijn verloning'?
 
Begrijp ik het nu goed dat ik een 2e auto op de zaak kan zetten en dat ik als enige argument moet hebben 'het is mijn verloning'?
Er moet aangetoond worden dat er een logica achter de verloning zit en dat dat echt wel de bedoeling is om als verloning te dienen, dat je prestaties reëel zijn, dat de algemene vergadering wel degelijk een reden en de bedoeling heeft om je te verlonen. Er moet wat gedoe rond zijn. Uitleggen waarom je nu ook nog extra een auto verdient die je vroeger niet had. En je moet beseffen dat de fiscus er moeilijk om kan doen, ze zijn hier niet blij mee maar rechtbanken aanvaarden het wel als het juist in elkaar zit.
 
Ter info enkele besprekingen van art 49 WIB92 in 2 arresten uit Antwerpen van vorig jaar:

Niet per se bezoldigingstheorie, maar aftrek meerdere auto's geweigerd: Zelfs als in hoofde van de bedrijfsleider al sprake zou kunnen zijn van een voordeel van alle aard -quod non- heeft dit daarom nog niet automatisch tot gevolg dat de kosten verband houden met de beroepswerkzaamheid van de vennootschap aangezien te dezen niet aangetoond is dat er werkelijke prestaties tegenover staan.

Hof van beroep - Antwerpen - Arrest van 4 november 2025 - Rol nr 2024/AR/453​





2.2 Art. 49 WIB92





Overeenkomstig artikel 49 WIB92 zijn als beroepskosten aftrekbaar, de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken, of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.





De betwisting betreft de vraag of de kosten werden gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden.





Het hof oordeelt vooreerst dat het feit dat de kosten werden gemaakt door een handelsvennootschap, niet automatisch de aftrekbaarheid ervan impliceert, ondanks het feit dat dergelijke vennootschappen uitsluitend met een winstgevend doel zijn opgericht. Vennootschappen dienen, zoals andere belastingplichtigen aan te tonen dat aan de voorwaarden van artikel 49 WIB92 is voldaan (Cass., 18 januari 2001, F.J.F., nr.2001/220; Cass., 19 juni 2003, T.F.R., 2004, nr.257, p.256; Cass., 12 juni 2009, F.07.0083.N/19; Cass., 10 december 2010, F.09.0129.N/3, zie website van het Hof van Cassatie; Grondwettelijk Hof, 26 november 2009, nr.191/2009, www.const-court.be).





De administratie heeft niet de bevoegdheid om de gepastheid of het nut te beoordelen van kosten die een belastingplichtige heeft gedaan. Dit belet evenwel niet dat de administratie de werkelijkheid van de kosten mag nagaan en onderzoeken of ze wel een beroepskarakter hebben.


Er kan de administratie en het hof geen verboden opportuniteitsbeoordeling verweten worden, waar zij eisen dat de belastingplichtige voldoet aan haar bewijslast van artikel 49 WIB92.





Het is aan eiseres in hoger beroep om aan te tonen dat de kosten van de wagens (uitgezonderd de Porsche) zijn gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te behouden of te verwerven.





Uit geen enkel gegeven blijkt dat de kwestieuze voertuigen ook effectief beroepsmatig werden gebruikt noch wordt dit aannemelijk gemaakt.





Het hof stelt samen met verweerder in hoger beroep vast dat eiseres in hoger beroep aan Z... A..., haar bedrijfsleider, volgende wagens ter beschikking stelde voor aanslagjaar 2018 namelijk een Porsche 911 en een Mercedes GLE 350 en voor aanslagjaar 2019 een Porsche 911, een Mercedes GLE 350, een Mercedes A 160 die werd gehuurd en een Range Rover in gebruik vanaf 16/12/2018.





De belastingadministratie aanvaardde de aftrek als beroepskost van één wagen met name de Porsche 911.





Uit het dossier blijkt dat de belastingplichtige er niet in slaagt aan te tonen dat de andere voertuigen (dan de Porsche 911) daadwerkelijk beroepsmatig werden gebruikt.





De eerste rechter oordeelde terecht dat de rittenoverzichten niet verduidelijken met welk voertuig de betrokken ritten werden gemaakt. De rittenoverzichten betreffen eenzijdig opgestelde stukken die niet ondersteund worden door objectieve gegevens. Het is voor het hof onmogelijk om de echtheid van deze rittenbladen na te gaan. Er wordt geen agenda met een overzicht van afspraken voorgelegd. Het blijkt niet hoeveel kilometers de betrokken voertuigen in de betrokken inkomstenjaren hebben afgelegd. Het blijkt ook niet hoe het totaal aantal kilometers afgelegd door het voertuig Porsche (waarvan de kostenaftrek werd aanvaard) zich verhoudt ten opzichte van het totaal aantal kilometers in de rittenoverzichten. De voorgelegde onderhoudsfacturen zijn hiervoor ontoereikend.





Er kan geen link gemaakt worden tussen de locaties uit de rittenoverzichten en de door eiseres in hoger beroep gerealiseerde inkomsten. De adressen vermeld op de rittenbladen hebben betrekking op van eiseres in hoger beroep te onderscheiden rechtspersonen (Tandheelkundig Centrum Goirle in Goirle, Tandartsenteam De Besterd in Tilburg, tandartsenpraktijk Sterdent in Zaventem, Dierick Dental Care te Brasschaat). Het blijkt niet dat de beweerdelijke werkzaamheden die de heer A... op deze locaties zou verrichten betrekking hebben op het verwerven of behouden van belastbare inkomsten in hoofde van eiseres in hoger beroep. Het blijkt niet dat deze tandartspraktijken werden uitgebaat door eiseres in hoger beroep zelf, noch dat eiseres in hoger beroep vergoedingen heeft aangerekend voor eventuele prestaties die namens eiseres in hoger beroep zouden zijn verricht voor deze andere tandartspraktijken. Er worden geen stukken voorgelegd waaruit blijkt dat eiseres in hoger beroep vergoedingen heeft aangerekend voor prestaties in deze andere tandartspraktijken. Het blijkt niet dat de verplaatsingen naar deze andere praktijken gebeurden met de bedoeling in hoofde van eiseres in hoger beroep belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden.





Hetzelfde geldt voor de verplaatsingen naar het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). Het betreft werkzaamheden uitgevoerd door de heer A... als hoofddocent. De zaakvoerder van eiseres in hoger beroep is persoonlijk actief als hoofddocent. Het blijkt niet dat deze kosten inherent zijn aan de activiteit van eiseres in hoger beroep. Uit de voorgelegde stukken blijkt niet dat de kosten voor verplaatsingen naar Amsterdam gedaan of gedragen zijn om in hoofde van eiseres in hoger beroep belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. Eiseres in hoger beroep komt niet verder dan loutere beweringen.





Terecht oordeelde de eerste rechter dat de ritten van de zaakvoerder van eiseres in hoger beroep naar de maatschappelijke zetel (in de Riemstraat) vallen onder woon-werkverkeer en dus privéverplaatsingen betreffen.





Ook de facturen van de in rekening genomen kosten, de verkoop- en aankoopfactuur van de wagens, de verkeersbelasting en de verzekeringsfactuur tonen het beroepsmatig karakter van de thans nog ter discussie staande voertuigen niet aan.





Eiseres in hoger beroep toont niet aan dat de terbeschikkingstelling van meer dan één wagen een beroepsmatig karakter heeft. Eiseres in hoger beroep levert niet het minste bewijs dat het beroepsmatig gebruik meer zou bedragen dan hetgeen aanvaard werd door de belastingadministratie. De aanvoeringen van eiseres in hoger beroep desbetreffend overstijgen de loutere bewering niet.





De bezoldigingstheorie betekent geen vrijgeleide om alle uitgaven, die de vennootschap onder het mom van een bezoldiging doet, als fiscaal aftrekbare kosten te beschouwen. Dit laatste is enkel het geval wanneer het toegestane voordeel de tegenprestatie is van werkelijk geleverde prestaties.





Te dezen blijkt dat er helemaal geen sprake is van een voordeel van alle aard dat op fiche wordt vermeld met betrekking tot de voertuigen, uitgezonderd de Porsche 911.





Zelfs als in hoofde van de bedrijfsleider al sprake zou kunnen zijn van een voordeel van alle aard -quod non- heeft dit daarom nog niet automatisch tot gevolg dat de kosten verband houden met de beroepswerkzaamheid van de vennootschap aangezien te dezen niet aangetoond is dat er werkelijke prestaties tegenover staan.





Uit geen enkel gegeven blijkt te dezen dat het specifieke beweerde voordeel ertoe strekt werkelijke prestaties verricht voor de vennootschap te vergoeden (vgl. Cass. 14 oktober 2016, F.15.0103.N, www.cass.be). Het feit alleen dat de zaakvoerder wel prestaties levert voor de vennootschap is onvoldoende. Er wordt geen enkel document ter staving van de verloningspolitiek van de bedrijfsleider voorgebracht. Het is te dezen niet aangetoond dat de kosten werden gemaakt met het oog op het vergoeden van werkelijke prestaties, door de zaakvoerder geleverd voor de vennootschap in het kader van de maatschappelijke activiteit van deze laatste.





Het blijkt niet dat er enige aanwijsbare economische oorzaak of noodzaak zou zijn voor de terbeschikkingstelling van meer dan één wagen. Het is te dezen niet aangetoond dat de kosten van meer dan één wagen werden gemaakt met het oog op het vergoeden van werkelijke prestaties, door de heer Z... A..., als bedrijfsleider, geleverd voor de vennootschap. Er worden ook totaal geen cijfergegevens desbetreffend naar voor gebracht.





Terecht heeft de belastingadministratie dan ook de kosten van de andere voertuigen (dan de Porsche 911) verworpen als aftrekbare beroepskost.





Het hof wijst de overige argumenten, gelet op voorgaande, af als niet ter zake dienend en/of overbodig.

Bezoldigingstheorie aandelenopties afgewezen ondanks mooie notulen algemene vergadering: Deze vermelding die werd opgenomen in de notulen van de algemene vergadering van verweerster in hoger beroep vanaf 2015 tot en met 2022 komt het hof voor als een stijlformule waarvan niet blijkt dat deze gebaseerd is op enige concrete, inhoudelijke evaluatie door verweerster in hoger beroep. Dit is des te meer het geval gelet op het verhoogd risico op belangenvermenging tussen de controlerende aandeelhouder/bestuurder

Hof van beroep - Antwerpen - Arrest van 4 februari 2025 - Rol nr 2023/AR/1142 - aandelenopties Proboss​

4 Ten gronde betreft de voorliggende betwisting de aftrekbaarheid van de kosten die verweerster in hoger beroep gemaakt heeft in het kader van het aandelenoptieplan A... en de vraag of terzake voldaan is aan de finaliteitsvoorwaarde zoals voorzien in artikel 49 WIB 92.​




Verweerster in hoger beroep stelt dat zij wel degelijk aantoont dat er voldaan is aan de voorwaarden van artikel 49 WIB 92. Ze wijst erop dat haar bestuurder de enige persoon is die prestaties verricht voor de vennootschap. De toekenning van de aandelenopties werd bovendien vermeld in de notulen van de algemene vergadering van de vennootschap. Ze wijst er verder op dat haar bedrijfsleider in de betreffende aanslagjaren heel wat extra werk heeft verricht buiten de courante medische activiteiten. Tot slot beroept ze zich op de voorafgaande beslissingen die werden toegekend aan A..., meer bepaald de Voorafgaande Beslissingen nr. 2012.218 en 2015.354.​




Eiser in hoger beroep stelt dat verweerster in hoger beroep op geen enkel moment het bewijs heeft geleverd dat de kosten met betrekking tot de aandelenopties beantwoorden aan werkelijk geleverde prestaties. Hij stelt dat er geen enkel positief en controleerbaar stuk wordt voorgelegd (berekeningen, stukken rond een loonpolitiek, toekomstverwachtingen,…) waaruit blijkt dat de door de vennootschap gedragen kosten voor het toekennen van de aandelenopties aan haar bestuurder tot doel hebben om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden.​




5 Overeenkomstig artikel 49 WIB 92 zijn als beroepskosten aftrekbaar, de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken, of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed. De bewijslast ter zake rust bij de belastingplichtige, in casu verweerster in hoger beroep.​




Uit de omstandigheid dat een vennootschap een rechtspersoon is die opgericht is met het oog op een winstgevende activiteit, kan niet worden afgeleid dat al haar uitgaven mogen worden afgetrokken als beroepskost. De kosten die een vennootschap maakt, zijn enkel aftrekbaar in de zin van artikel 49 WIB 92 wanneer zij aan de in artikel 49 WIB 92 gestelde voorwaarden voldoen, en onder meer dat die kosten gedaan of gedragen zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. Daaruit volgt dat er een verband dient te bestaan tussen de kost en de verkrijging of het behoud van belastbare inkomsten. Daarbij is de intentie om met behulp van de kost belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden voldoende. In welke mate de kost effectief tot de verkrijging of het behoud van belastbare inkomsten heeft geleid, is derhalve niet relevant (zie Cass. (1e k.) AR F.22.0108.N, 31 maart 2023 (BEHEERSMAATSCHAPPIJ F.A.R. bv / BELGISCHE STAAT) https://juportal.be/ (25 april 2023), concl. RAVYSE, S.).​




Bezoldigingen van personeelsleden worden beschouwd als aftrekbare beroepskosten in toepassing van artikel 52, 3° WIB 92. Overeenkomstig artikel 195, §1 WIB 92 worden bedrijfsleiders voor de toepassing van de bepalingen inzake beroepskosten met werknemers gelijkgesteld en worden hun bezoldigingen als beroepskosten aangemerkt. Hieruit kan echter niet worden afgeleid dat bezoldigingen automatisch aftrekbaar zouden zijn. Er dient immers te zijn voldaan aan de voorwaarden van artikel 49 WIB 92.​




6 Het is aan verweerster in hoger beroep om aan te tonen dat de kosten met betrekking tot de aandelenopties gedaan of gedragen zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden.​




Dit betekent dat kosten van deze aandelenopties slechts aftrekbaar zijn wanneer die kosten aan werkelijke prestaties beantwoorden (cfr. Cass. 15 oktober 2015, F.14.0161.N, Cass., 20 juni 2013, F.12.0058; Cass., 14 oktober 2016, F.14.0203.N en F.15.0103.N, www.juridat.be).​




Indien de vennootschap kosten maakt om aan haar bedrijfsleider een voordeel (van alle aard) te verlenen of toe te kennen als bezoldiging voor de uitoefening van werkelijke prestaties binnen die vennootschap, is vereist dat de toegekende voordelen, die buiten de normale bezoldiging liggen, daadwerkelijk geleverde prestaties compenseren. De belastingplichtige draagt hier de volledige bewijslast die moet worden vervuld op basis van concrete en objectieve gegevens.​


Hierbij dient verweerster in hoger beroep niet aan te tonen dat er bijkomende prestaties geleverd werden. Voldoende is dat aangetoond is dat tegenover de kosten werkelijke prestaties van de bedrijfsleider staan.​




7 Dit bewijs wordt in casu niet geleverd. In voorliggend geval wordt niet aangetoond door verweerster in hoger beroep dat tegenover de betrokken kosten werkelijke prestaties staan vanwege de bedrijfsleider. Dit blijkt uit geen enkel objectief gegeven. Louter een algemene verwijzing naar geleverde prestaties volstaat niet als bewijs daarvan. Het feit alleen dat uitsluitend de bedrijfsleider prestaties levert voor verweerster in hoger beroep is eveneens onvoldoende.​




Er liggen geen stukken voor waaruit blijkt dat het toegekende voordeel kaderde in een verloningspolitiek van de bedrijfsleider binnen verweerster in hoger beroep voor haar prestaties binnen de vennootschap (bijvoorbeeld een kosten-batenanalyse, een raming van toekomstige kosten of opbrengsten, targets of doelstellingen die moeten bereikt worden of bereikt werden, financiële analyses, plannen,…). De vermeldingen in de notulen van de algemene vergadering veranderen hier niets aan en leveren op zich geenszins het bewijs van de toekenning van de aandelenopties als bezoldiging voor de uitoefening van werkelijke prestaties binnen die vennootschap. Hoewel in deze notulen uitdrukkelijk melding werd gemaakt van de toekenning van een aandelenoptieplan, werd geenszins toegelicht waarom deze voordelen bijkomend werden toegekend vanaf aanslagjaar 2018/tijdens de aanslagjaren 2018 en 2019. Geenszins blijkt dat deze toekenning gebeurde op basis van een evaluatie op basis van werkelijke prestaties van de zaakvoerder en de toekomstperspectieven. Hieromtrent werd geen concrete toelichting verstrekt in de notulen van de algemene vergadering noch wordt dit op enige andere manier bewezen. De algemene vermelding “De bezoldiging houdt de vergoeding van de geleverde prestaties van de zaakvoerder in. Jaarlijks zal de bezoldiging, inclusief de voordelen in natura, geëvalueerd worden op basis van de werkelijke prestaties van de zaakvoerder en de toekomstperspectieven” zoals opgenomen in de notulen van de algemene vergadering is niet voldoende als bewijs dat de kosten met betrekking tot de aandelenopties specifiek werden aangegaan als tegenprestatie voor geleverde werkzaamheden van de bestuurder van eiseres in hoger beroep. Deze vermelding die werd opgenomen in de notulen van de algemene vergadering van verweerster in hoger beroep vanaf 2015 tot en met 2022 komt het hof voor als een stijlformule waarvan niet blijkt dat deze gebaseerd is op enige concrete, inhoudelijke evaluatie door verweerster in hoger beroep. Dit is des te meer het geval gelet op het verhoogd risico op belangenvermenging tussen de controlerende aandeelhouder/bestuurder.​




In casu blijkt er geen aanwijsbare economische oorzaak of noodzaak in hoofde van verweerster in hoger beroep voor het toekennen van de aandelenopties. De cijfers van de vennootschap zoals deze blijken uit de gegevens van het dossier laten geenszins toe te besluiten dat werkelijke prestaties van de bestuurder aan de oorsprong zouden liggen van dit voordeel van alle aard. Uit de loutere goedkeuring van de jaarrekening kan niet afgeleid worden dat aan het voordeel van alle aard met betrekking tot de aandelenopties werkelijke prestaties beantwoorden.​




Verweerster in hoger beroep haalt in de procedure in hoger beroep aan dat de aandelenopties extra prestaties zouden vergoeden die de bestuurder van verweerster in hoger beroep onder andere zou verricht hebben als diensthoofd van de afdeling fysische geneeskunde van het B... D... E.... Het hof is van oordeel dat verweerster in hoger beroep op basis van de voorliggende stukken geen bewijs voorlegt van het feit dat haar bestuurder extra prestaties zou geleverd hebben tijdens de betrokken aanslagjaren. Ten overvloede merkt het hof hieromtrent op dat de extra prestaties die de bestuurder van verweerster in hoger beroep zou geleverd hebben tijdens de betrokken aanslagjaren als diensthoofd van het ziekenhuis, prestaties zijn die niet geleverd werden ten behoeve van verweerster in hoger beroep maar die geleverd werden ten behoeve van het ziekenhuis waarvoor verweerster in hoger beroep zelf stelt geen extra vergoedingen vanwege het ziekenhuis te hebben ontvangen. Er blijkt niet dat deze prestaties enige invloed hadden op de inkomsten die verweerster in hoger beroep ontving tijdens de betrokken aanslagjaren of in de toekomst zou ontvangen. Geenszins blijkt aldus dat deze prestaties aanleiding hebben gegeven tot het behoud of het verwerven van belastbare inkomsten in hoofde van verweerster in hoger beroep.​




Het feit dat er fiches 281.20 opgemaakt zijn voor de toekenning van de aandelenopties en deze werden aangegeven in de personenbelasting, volstaat evenmin als bewijs van het leveren van werkelijke prestaties waarvoor de aandelenopties als alternatieve bezoldiging zou kunnen worden gekwalificeerd. Voor het belasten van het voordeel in hoofde van de genieter in de personenbelasting is het niet van belang dat het voordeel geen ‘werkelijke prestaties verricht voor de vennootschap’ vergoedt. Opdat voordelen belastbaar zouden zijn als een bedrijfsleidersbezoldiging volstaat het dat zij verleend zijn “naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid van de bedrijfsleider” (attractiebeginsel), terwijl in het kader van de kostenaftrek in hoofde van de vennootschap in de vennootschapsbelasting het wel van belang is dat er werkelijke prestaties tegenover staan.​




8 Het hof volgt verweerster in hoger beroep geenszins waar deze stelt dat er sprake is van een schending van de voorzienbaarheid van de fiscale wetgeving. Artikel 49 WIB 92 is duidelijk en werd niet gewijzigd. Op basis van dit artikel was het duidelijk voor een belastingplichtige aan welke voorwaarden een beroepskost dient te voldoen om aftrekbaar te zijn, meer bepaald aan de voorwaarde dat de kost moet gedaan of gedragen zijn om belastbare inkomsten te verwerven of te behouden. Verweerster in hoger beroep kon dan ook wel degelijk voorzien of zij aan de voorwaarden voldeed tot aftrekbaarheid van de beroepskosten met betrekking tot de aandelenopties.​




Uit het feit dat de rechtspraak geëvolueerd zou zijn en er verschillen zouden bestaan tussen de rechtspraak van verschillende rechtbanken/hoven, kan niet afgeleid worden dat er terzake sprake is van een schending van de Grondwet, het EVRM of van de voorzienbaarheid van de fiscale wetgeving. In het Belgisch recht beperkt de rechtsmacht van de rechter zich tot de zaak die aan zijn oordeel is onderworpen en kan deze geen uitspraak doen bij wege van algemene en als regel geldend beschikking (artikel 6 Ger.W.). Er dient overigens opgemerkt te worden dat de onderliggende feitelijke omstandigheden van elke zaak verschillend zijn en van doorslaggevend belang zijn in het kader van de beoordeling van de toepassingsvoorwaarden van artikel 49 WIB 92.​




9 Het hof gaat niet in op het verzoek van verweerster in hoger beroep tot het stellen van de door verweerster in hoger beroep voorgestelde prejudiciële vraag. Deze gaat immers uit van een verkeerde premisse, namelijk dat er extra, bijkomende voorwaarden zouden toegevoegd zijn aan artikel 49 WIB 92 dan degene hierin opgenomen. Dit is geenszins het geval.​




Een eventuele omzetstijging dan wel de bezoldigingspolitiek zijn feitelijke omstandigheden waarmee er rekening kan gehouden worden in het kader van de beoordeling van de finaliteitsvoorwaarde zoals opgenomen in artikel 49 WIB 92.​




Het is dus zeker niet zonder risico.
 
Is dat omdat de prijs van benzine gestegen is?
Ja. Ik doe veel km en mijn huidige machine verbruikt veel. Was voorheen ook zo, 't is vnl dat de recente prijsstijgingen mij ermeer op doen letten.
Een bescheiden geprijsde, 2de handse elektrische auto zou behoorlijk snel terugverdiend zijn (4-5j moest ik die full time inzetten) - dus op die manier draagt het in feite bij tot verhogen van belastbaar inkomen...
 
Ja. Ik doe veel km en mijn huidige machine verbruikt veel. Was voorheen ook zo, 't is vnl dat de recente prijsstijgingen mij ermeer op doen letten.
Een bescheiden geprijsde, 2de handse elektrische auto zou behoorlijk snel terugverdiend zijn (4-5j moest ik die full time inzetten) - dus op die manier draagt het in feite bij tot verhogen van belastbaar inkomen...
Maar waarom zou je de benzine auto dan nog moeten houden? Die verkopen en de EV kopen gaat nog meer opbrengen en geen problemen met de fiscus.
 
Je mag perfect meerdere wagens in je vennootschap hebben. De fiscus heeft daar geen probleem mee, zolang je het simpel houdt:

Elke wagen die je privé gebruikt = VAA betalen
Elke lichte vracht die je uitsluitend zakelijk gebruikt = 0,00 VAA
Poolwagens die je uitsluitend zakelijk gebruikt (bv. voor personeel, die telkens teruggezet worden op de parkging van de onderneming) = 0,00 VAA, maar met rittenadministratie

Je kan hier "creatief" mee zijn, want het maakt niet uit of je er twee, drie of vijf hebt, zolang het gebruik klopt met de realiteit en het in functie van je bedrijf is.

Gebruik je dus vier wagens privé? Dan betaal je vier VAA’s. Gebruik je er maar één privé en de rest zakelijk? Dan betaal je één VAA. Zo simpel is het eigenlijk.

De fiscus kijkt niet naar hoeveel wagens je hebt, maar naar wie ermee rijdt, wanneer, en waarom. Zolang dat verhaal klopt, is er geen kat die daar over miauwt.

Ik heb zelf 3 EV’s waarvan 2 in de zaak staan (één lichte vracht) en 1 privé. Die lichte vracht wordt enkel zakelijk gebruikt, dus daar komt geen VAA aan te pas.

Maar als je vrouw of kinderen ermee beginnen rijden, is het natuurlijk wat anders, als er simultaan mee gereden wordt, is het moeilijk te verantwoorden, dan moet je uw vrouw en/of kinderen ook maar zelfstandige en aandeelhouder laten worden in je zaak, en elk apart VAA betalen.

VAA kost toch ook wel wat, voor m'n Tesla Model 3 vanaf 03/2019 komt dit tot heden op een belastbaar bedrag van 13.387,92 EUR.
Maar ja, wat is dat voor de gemiddelde BGer?

NIKS! 🤔
 
Je mag perfect meerdere wagens in je vennootschap hebben. De fiscus heeft daar geen probleem mee, zolang je het simpel houdt:

Elke wagen die je privé gebruikt = VAA betalen
Elke lichte vracht die je uitsluitend zakelijk gebruikt = 0,00 VAA
Poolwagens die je uitsluitend zakelijk gebruikt (bv. voor personeel, die telkens teruggezet worden op de parkging van de onderneming) = 0,00 VAA, maar met rittenadministratie

Je kan hier "creatief" mee zijn, want het maakt niet uit of je er twee, drie of vijf hebt, zolang het gebruik klopt met de realiteit en het in functie van je bedrijf is.

Gebruik je dus vier wagens privé? Dan betaal je vier VAA’s. Gebruik je er maar één privé en de rest zakelijk? Dan betaal je één VAA. Zo simpel is het eigenlijk.

De fiscus kijkt niet naar hoeveel wagens je hebt, maar naar wie ermee rijdt, wanneer, en waarom. Zolang dat verhaal klopt, is er geen kat die daar over miauwt.

Ik heb zelf 3 EV’s waarvan 2 in de zaak staan (één lichte vracht) en 1 privé. Die lichte vracht wordt enkel zakelijk gebruikt, dus daar komt geen VAA aan te pas.

Maar als je vrouw of kinderen ermee beginnen rijden, is het natuurlijk wat anders, als er simultaan mee gereden wordt, is het moeilijk te verantwoorden, dan moet je uw vrouw en/of kinderen ook maar zelfstandige en aandeelhouder laten worden in je zaak, en elk apart VAA betalen.

VAA kost toch ook wel wat, voor m'n Tesla Model 3 vanaf 03/2019 komt dit tot heden op een belastbaar bedrag van 13.387,92 EUR.
Maar ja, wat is dat voor de gemiddelde BGer?

NIKS! 🤔
Je komma staat verkeerd. 13k VAA voor een EV zou wel heel extreem zijn.
 
Nogmaals, het VAA is meestal niet het probleem. Het is de kost van die 2de wagen die de fiscus zal verwerpen.

1 gewone wagen en 1 lichte vracht zal je nog kunnen beargumenteren. Maar 2 personenwagens in een typische freelancer vennootschap.. Ik vrees ervoor.
 
Je mag perfect meerdere wagens in je vennootschap hebben. De fiscus heeft daar geen probleem mee, zolang je het simpel houdt:

Elke wagen die je privé gebruikt = VAA betalen
Elke lichte vracht die je uitsluitend zakelijk gebruikt = 0,00 VAA
Poolwagens die je uitsluitend zakelijk gebruikt (bv. voor personeel, die telkens teruggezet worden op de parkging van de onderneming) = 0,00 VAA, maar met rittenadministratie

Je kan hier "creatief" mee zijn, want het maakt niet uit of je er twee, drie of vijf hebt, zolang het gebruik klopt met de realiteit en het in functie van je bedrijf is.

Gebruik je dus vier wagens privé? Dan betaal je vier VAA’s. Gebruik je er maar één privé en de rest zakelijk? Dan betaal je één VAA. Zo simpel is het eigenlijk.

De fiscus kijkt niet naar hoeveel wagens je hebt, maar naar wie ermee rijdt, wanneer, en waarom. Zolang dat verhaal klopt, is er geen kat die daar over miauwt.

Ik heb zelf 3 EV’s waarvan 2 in de zaak staan (één lichte vracht) en 1 privé. Die lichte vracht wordt enkel zakelijk gebruikt, dus daar komt geen VAA aan te pas.

Maar als je vrouw of kinderen ermee beginnen rijden, is het natuurlijk wat anders, als er simultaan mee gereden wordt, is het moeilijk te verantwoorden, dan moet je uw vrouw en/of kinderen ook maar zelfstandige en aandeelhouder laten worden in je zaak, en elk apart VAA betalen.

VAA kost toch ook wel wat, voor m'n Tesla Model 3 vanaf 03/2019 komt dit tot heden op een belastbaar bedrag van 13.387,92 EUR.
Maar ja, wat is dat voor de gemiddelde BGer?

NIKS! 🤔

VAA is niet hetzelfde als fiscale beroepskost. Twee totaal verschillende zaken.


Ook niet zomaar omdat je je kinderen in de vennootschap steekt dat je die zomaar als beroepskost kan beschouwen. Ik ken rechtszaken waar de fiscus de loonkosten aan het kind hebben verworpen omdat het kind helemaal geen klop deed in die vennootschap en de vennootschap kon niet bewijzen wat het kind deed in de vennootschap.

Was gewoon de ouder die "zakgeld" uitdeelde vanuit zijn vennootschap aan zijn zoon/dochter. Het is niet omdat je een fiche opmaakt dat het automatisch aftrekbaar is...

Wederom: artikel 49 is de basisregel.
Wat neerkomt op wat jij zegt: "maar naar wie ermee rijdt, wanneer, en waarom." het "waarom" moet wel kloppen met artikel 49 :p
 
Je mag perfect meerdere wagens in je vennootschap hebben. De fiscus heeft daar geen probleem mee, zolang je het simpel houdt:

Elke wagen die je privé gebruikt = VAA betalen
Elke lichte vracht die je uitsluitend zakelijk gebruikt = 0,00 VAA
Poolwagens die je uitsluitend zakelijk gebruikt (bv. voor personeel, die telkens teruggezet worden op de parkging van de onderneming) = 0,00 VAA, maar met rittenadministratie

Je kan hier "creatief" mee zijn, want het maakt niet uit of je er twee, drie of vijf hebt, zolang het gebruik klopt met de realiteit en het in functie van je bedrijf is.

Gebruik je dus vier wagens privé? Dan betaal je vier VAA’s. Gebruik je er maar één privé en de rest zakelijk? Dan betaal je één VAA. Zo simpel is het eigenlijk.

De fiscus kijkt niet naar hoeveel wagens je hebt, maar naar wie ermee rijdt, wanneer, en waarom. Zolang dat verhaal klopt, is er geen kat die daar over miauwt.

Ik heb zelf 3 EV’s waarvan 2 in de zaak staan (één lichte vracht) en 1 privé. Die lichte vracht wordt enkel zakelijk gebruikt, dus daar komt geen VAA aan te pas.

Maar als je vrouw of kinderen ermee beginnen rijden, is het natuurlijk wat anders, als er simultaan mee gereden wordt, is het moeilijk te verantwoorden, dan moet je uw vrouw en/of kinderen ook maar zelfstandige en aandeelhouder laten worden in je zaak, en elk apart VAA betalen.

VAA kost toch ook wel wat, voor m'n Tesla Model 3 vanaf 03/2019 komt dit tot heden op een belastbaar bedrag van 13.387,92 EUR.
Maar ja, wat is dat voor de gemiddelde BGer?

NIKS! 🤔
Dat is 150 euro per maand, ongeveer. Dat lijkt me veel, maar ik heb geen Tesla dus zou niet weten wat de VAA is.
 
VAA is niet hetzelfde als fiscale beroepskost. Twee totaal verschillende zaken.


Ook niet zomaar omdat je je kinderen in de vennootschap steekt dat je die zomaar als beroepskost kan beschouwen. Ik ken rechtszaken waar de fiscus de loonkosten aan het kind hebben verworpen omdat het kind helemaal geen klop deed in die vennootschap en de vennootschap kon niet bewijzen wat het kind deed in de vennootschap.

Was gewoon de ouder die "zakgeld" uitdeelde vanuit zijn vennootschap aan zijn zoon/dochter. Het is niet omdat je een fiche opmaakt dat het automatisch aftrekbaar is...

Wederom: artikel 49 is de basisregel.
Wat neerkomt op wat jij zegt: "maar naar wie ermee rijdt, wanneer, en waarom." het "waarom" moet wel kloppen met artikel 49 :p
Dit dus e, ik rol soms met mijn ogen als ik hier sommige van die constructies zie.

Succes als de fiscus erbij zit, in sommige gevallen hier. Maar dat gaat ze hier niet verkondigen als het hun overkomt, vermoed ik.
 
Terug
Bovenaan