Als je al een paar omwentelingen rond de zon hebt meegemaakt als gamer, is er nog bitter weinig dat je kan verrassen. Een nieuwe Black Ops? Leuk, benieuwd in welk opzicht hij anders gaat spelen dan het vorige deel. Oh, The Outer Worlds 2? De grotere en hopelijk betere sequel. Maar dan, dan duikt dat Double Fine-logo op aan het begin van een trailer en maak je kennis met ... een wandelende vuurtoren. De studio van Tim Schafer is al jaren leverancier van surrealistische ervaringen, maar lijkt met Keeper de grootste ‘What the fuck?’ uit hun portfolio af te leveren.
Kijk, ik ga niet onder stoelen of banken steken dat ik nogal bevooroordeeld ben wanneer het op de games van Double Fine aankomt. Het is een van die studio's die ik erg hoog heb zitten en die me met games als Stacking, Psychonauts 2, Broken Age en zelfs het wat ondergewaardeerde Brutal Legend een paar van de meest memorabele ervaringen in gaming heeft bezorgd. Keeper mag gerust aan dat rijtje worden toegevoegd, dat kan ik nu al verklappen. Het voelt oprecht aan als een ervaring die lak heeft aan de traditionele conventies van een game. Er is geen uitdaging, geen schare aan antagonisten om te verslaan. Wat het echter wel heeft, dat is een overdaad aan artistieke flair en een gezonde dosis hart. Allemaal aspecten die ervoor zorgen dat Keeper een ervaring is die je bij gaat blijven. Keeper speel je niet, je beleeft het.
Dat komt omdat de tutorial, waarbij je vuurtoren letterlijk leert lopen, eentje is die je meteen beet heeft. We maken kennis met Twig, de vogel, die samen met zijn zwerm achternagezeten wordt door The Wither, een dreigend paars spul dat zich gedraagt als een stelletje Aziatische hoornaars. Twig wordt gegrepen en landt met een stevige smak op de vuurtoren. Dat maakt echter iets wakker, een soort licht in het duister. Het begin van iets. Keeper is een game die draait om verwondering en ontdekking, en dat prille begin illustreert dat maar al te goed. Je beweegt even met de thumbstick en merkt dat de toren daardoor gaat leunen. Je leunt verder en... plotseling komen die benen er. Het is pure National Geographic, met een babyolifantje dat stuntelend zijn eerste stapjes zet, alleen is het dus een knoert van een vuurtoren. Dat betekent dat die eerste stapjes gepaard gaan met onbedoelde schade. Verlaten huizen worden verpulverd, achtergelaten auto’s worden geplet, leren lopen gaat zelden zonder slag of stoot. Beetje bij beetje lukt het echter om te wandelen en al vrij snel komt er zelfs een tempo in. Op pad dus! Maar naar waar? Wat is het doel? Een strikte opdracht geeft Keeper je niet, enkel het idee dat de antwoorden weleens bovenaan de berg zouden kunnen liggen.
Ik ga niet vaak de graphics van een game aanstippen als een belangrijk element in de ervaring, maar bij een game als dit kan je er gewoon niet omheen. Van de ronduit bloedmooie lichteffecten van bioluminescerend mos in een grottenstelsel tot de zachte, olieverfachtige stroken waaruit de hele wereld lijkt opgetrokken, is Keeper een indrukwekkend mooie game. In tijden waarin AI-tools als DALL-E in een mum van tijd met zielloze kunstwerkjes op de proppen komen, voelt een game als dit als het soort artistieke triomf waar wel hart en ziel is ingekropen. Iets zegt me dat Salvador Dalí himself gecharmeerd zou zijn door deze game, die duidelijk inspiratie gehaald heeft uit het werk van de grootmeester.
Het lijkt een erg simpel gameplaymechanisme, maar de creatieve mogelijkheden voor puzzels die Double Fine eruit weet te puren, zijn best indrukwekkend. Gaandeweg worden de puzzels steeds uitgebreider qua opzet en moet je diverse oplossingen aan elkaar rijgen om verder te komen. Het meest indrukwekkende is dat het nooit geforceerd voelt, Keeper stimuleert je om dingen uit te proberen en in dat exploreren schuilt vaak de uitkomst. Dit is echt een game die de ‘aha’-momentjes aan elkaar rijgt. Je komt in een nieuw gebied, ziet het probleem en stoeit dan met de mogelijkheden tot je de stukjes in elkaar ziet klikken. Er zit steeds een zekere logica achter, zelfs wanneer Double Fine geschifte concepten als tijdmanipulatie en een plots gebrek aan zwaartekracht introduceert.
Kijk, ik ga niet onder stoelen of banken steken dat ik nogal bevooroordeeld ben wanneer het op de games van Double Fine aankomt. Het is een van die studio's die ik erg hoog heb zitten en die me met games als Stacking, Psychonauts 2, Broken Age en zelfs het wat ondergewaardeerde Brutal Legend een paar van de meest memorabele ervaringen in gaming heeft bezorgd. Keeper mag gerust aan dat rijtje worden toegevoegd, dat kan ik nu al verklappen. Het voelt oprecht aan als een ervaring die lak heeft aan de traditionele conventies van een game. Er is geen uitdaging, geen schare aan antagonisten om te verslaan. Wat het echter wel heeft, dat is een overdaad aan artistieke flair en een gezonde dosis hart. Allemaal aspecten die ervoor zorgen dat Keeper een ervaring is die je bij gaat blijven. Keeper speel je niet, je beleeft het.
Geloven in het ongelooflijke
Keeper is een verhalende ervaring, maar het vertelt wat het moet doen zonder ook maar enige coherente dialoog. Het brengt de emoties en elementen die het verhaal aan elkaar rijgen echter moeiteloos over, door in te zetten op sfeerschepping en ontdekking door de speler zelf. Dat op zichzelf zorgt ervoor dat je verrassend snel een connectie weet te vormen met een anamorfische vuurtoren en zijn gevederde kompaan. Het idee van een vuurtoren die tot leven komt en met zijn op uitlopers lijkende benen op wandel gaat op een mysterieus eiland, lijkt zo ontzettend van de pot gerukt. Double Fine laat je echter moeiteloos geloven in wat je op het scherm ziet. Keeper is erg surrealistisch en bizar als je er stil bij staat, maar palmt je zo snel in dat je gewoon meegetrokken wordt in het sprookje.Dat komt omdat de tutorial, waarbij je vuurtoren letterlijk leert lopen, eentje is die je meteen beet heeft. We maken kennis met Twig, de vogel, die samen met zijn zwerm achternagezeten wordt door The Wither, een dreigend paars spul dat zich gedraagt als een stelletje Aziatische hoornaars. Twig wordt gegrepen en landt met een stevige smak op de vuurtoren. Dat maakt echter iets wakker, een soort licht in het duister. Het begin van iets. Keeper is een game die draait om verwondering en ontdekking, en dat prille begin illustreert dat maar al te goed. Je beweegt even met de thumbstick en merkt dat de toren daardoor gaat leunen. Je leunt verder en... plotseling komen die benen er. Het is pure National Geographic, met een babyolifantje dat stuntelend zijn eerste stapjes zet, alleen is het dus een knoert van een vuurtoren. Dat betekent dat die eerste stapjes gepaard gaan met onbedoelde schade. Verlaten huizen worden verpulverd, achtergelaten auto’s worden geplet, leren lopen gaat zelden zonder slag of stoot. Beetje bij beetje lukt het echter om te wandelen en al vrij snel komt er zelfs een tempo in. Op pad dus! Maar naar waar? Wat is het doel? Een strikte opdracht geeft Keeper je niet, enkel het idee dat de antwoorden weleens bovenaan de berg zouden kunnen liggen.
Tot leven komend kunstwerk
Wat de uiteindelijke bestemming ook brengt, het is de reis die telt. Ja, ik weet het, dat klinkt als een ongelooflijk cliché, maar bij Keeper draait het echt om de schoonheid die elke gezette stap in petto heeft. Je kan er niet omheen dat Double Fine hier visueel een meesterwerkje heeft afgeleverd dat enorm hard tot de verbeelding spreekt. Het artdesign van de game brengt woeste kustlijnen en weelderige valleien tot leven, die bezaaid liggen met skeletten of buitenaardse wezens. Wat eerst een heuvel leek, kan plots een grotesk beest blijken te zijn dat opgemaakt is uit slakkenhuizen. Het is dat soort verbazingen en ontdekkingen die een groot deel van de drijvende kracht vormen achter Keeper.Double Fine levert met Keeper niet minder dan een artistieke triomf af.
Ik ga niet vaak de graphics van een game aanstippen als een belangrijk element in de ervaring, maar bij een game als dit kan je er gewoon niet omheen. Van de ronduit bloedmooie lichteffecten van bioluminescerend mos in een grottenstelsel tot de zachte, olieverfachtige stroken waaruit de hele wereld lijkt opgetrokken, is Keeper een indrukwekkend mooie game. In tijden waarin AI-tools als DALL-E in een mum van tijd met zielloze kunstwerkjes op de proppen komen, voelt een game als dit als het soort artistieke triomf waar wel hart en ziel is ingekropen. Iets zegt me dat Salvador Dalí himself gecharmeerd zou zijn door deze game, die duidelijk inspiratie gehaald heeft uit het werk van de grootmeester.
Experimentele puzzeldoos
De verwondering die gepaard gaat met de esthetische uitwerking is uiteraard een belangrijk onderdeel van Keeper, maar achter dat mooie snoetje schuilt er uiteraard ook een spelletje. Er zijn geen gevechten te voeren, geen dodelijke gevaren te trotseren, dus wat rest er dan? Nou, een hele chille puzzeldoos die exploratie stimuleert uiteraard. Een belangrijk element daarin is de lamp van de vuurtoren. Je kan het namelijk gebruiken om licht te werpen op de omgeving, om de boel te manipuleren. Planten en wezens reageren op je lichtstraal, maar je kan er ook Twig mee begeleiden om elementen in de omgeving te manipuleren. Beetje bij beetje wordt je lichtstraal ook krachtiger, en kun je er bedreigingen mee wegjagen of obstakels uit de weg werken.Het lijkt een erg simpel gameplaymechanisme, maar de creatieve mogelijkheden voor puzzels die Double Fine eruit weet te puren, zijn best indrukwekkend. Gaandeweg worden de puzzels steeds uitgebreider qua opzet en moet je diverse oplossingen aan elkaar rijgen om verder te komen. Het meest indrukwekkende is dat het nooit geforceerd voelt, Keeper stimuleert je om dingen uit te proberen en in dat exploreren schuilt vaak de uitkomst. Dit is echt een game die de ‘aha’-momentjes aan elkaar rijgt. Je komt in een nieuw gebied, ziet het probleem en stoeit dan met de mogelijkheden tot je de stukjes in elkaar ziet klikken. Er zit steeds een zekere logica achter, zelfs wanneer Double Fine geschifte concepten als tijdmanipulatie en een plots gebrek aan zwaartekracht introduceert.
De constante verwondering
In dat opzicht doet Keeper me wat denken aan Astro Bot vorig jaar. Je kan de games vanuit een gameplaystandpunt uiteraard hoegenaamd niet vergelijken, maar het constante aansporen van de speler om op laagdrempelige wijze te exploreren en die constante drang naar het introduceren van nieuwe elementen om amusante nieuwe scenario's te bedenken ... yup. Dat maakt van Keeper een titel die ik daarom consequent blijf omschrijven als een ervaring waar je eigenlijk het best niet al te veel over weet. Dat voelt ietwat bizar na een toch best vrij lange review, maar het enige dat je eigenlijk hoort te weten is: er is een wandelende vuurtoren die je via een pad volgt door een bloedmooie wereld vol puzzels en onvoorspelbare elementen, en het is onvergetelijk.Conclusie
Keeper is geen game, maar een ervaring. Het laat je geloven dat een vuurtoren tot leven kan komen en op wandel kan gaan, en dat op een pad dat onvergetelijk is. Het begint weliswaar eenvoudig, maar ontplooit zich gaandeweg steeds verder tot een indrukwekkende puzzelaar waar schoonheid en verwondering constant op de loer liggen.
Pro
- Surrealistisch, indrukwekkend, bizar en uniek
- Laat spelers zelf hun eigen weg zoeken
- Puzzels worden gaandeweg lekker excentriek
- Het is meer dan gewoon een wandelende vuurtoren
Con
- Geen spijkers op laag water zoeken bij deze is de boodschap
9
Over
Beschikbaar vanaf
17 oktober 2025
Gespeeld op
- Xbox Series X|S
Beschikbaar op
- PC
- Xbox Series X|S
Genre
- Adventure
Ontwikkelaar
- Double Fine Productions
Uitgever
- Microsoft