Slachten en doden van dieren in een slachthuis en buiten een slachthuis
Lees deze pagina voor
De bescherming van dieren bij het slachten of doden wordt geregeld door de Europese verordening (EG) nr. 1099/2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden (920.31 kB). Deze verordening bepaalt de regels die van toepassing zijn
op het slachten of doden van dieren die gehouden worden voor de productie van levensmiddelen, wol, huiden, pelzen of andere producten
op het doden van dieren in het kader van dierziektebestrijding.
Ze is niet van toepassing op
het doden van dieren in het kader van wetenschappelijke experimenten, jacht of visserij, culturele of sportieve evenementen
pluimvee en konijnen die door hun eigenaar voor eigen consumptie buiten een slachthuis worden geslacht.
In de verordening worden de regels beschreven voor het bedwelmen, fixeren en doden van dieren, en de voorwaarden waaraan de infrastructuur, de apparatuur en het personeel moeten voldoen.
Bedwelming van dieren
De dieren moeten zoveel mogelijk van lijden, stress of pijn worden gespaard. Daarom moeten ze voor het doden worden bedwelmd, en wel zo dat de dieren snel het bewustzijn verliezen en dat die toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid wordt aangehouden tot de dood is ingetreden.
De verordening legt in Bijlage 1 de toegestane bedwelmingsmethoden vast.
Op de verplichting om de dieren te bedwelmen voor de slacht, is een uitzondering voorzien voor dieren die volgens een religieuze ritus geslacht worden. Het onverdoofd religieus slachten is enkel toegelaten in een erkend slachthuis.
Een door de religieuze ritus voorgeschreven slachting mag alleen worden verricht door offeraars die gemachtigd zijn door:
het Centraal Israëlitisch Consistorie van België, als het om de Israëlitische ritus gaat
de Executieve van de Moslims van België.