Lifen zei:
Heb je misschien enkele voorbeeldjes van die meerkeuzevragen?
En wat houdt politicologie juist in? Moet ik mij daar het vanbuiten leren van elke Belgische partij bij voorstellen?
Ik heb mijn boek politicologie er even bijgehaald:
1: Politiek en politieke wetenschap (inleiding eigenlijk)
2: staat en macht
3: breuklijnen en ideologieën
4: Democratie en politieke vertegenwoordiging (vormen van vertegenwoordiging)
5: politieke participatie en sociale bewegingen
6: politieke partijen en partijsystemen
7: kiessystemen en stemgedrag
8: parlement en regering
9: bestuur en beleid
10:administratie en justitie
11: Federalisme en decentralisatie
12: Internationale betrekkingen en globalisering
13: De Europese Unie
Uiteraard de enorme basis van politieke systemen, maar dat spreekt voor zich dat je met de basis begint. Het vanbuiten leren van de Belgische partijen is gewoonweg een deel van de actualiteit, dat zeker wordt bevraagd op het examen. over het algemeen waren de actualiteitsvragen wel makkelijk. (bv.: hoeveel vrouwen en hoeveel mannen zijn vice-premiers).
Buiten dit handboek is er nog een ander boekje dat je zelf moet verwerken. Dit boekje bevat recente onderzoeken over politieke participatie en vertegenwoordiging binnen de EU. Verwacht je gewoon aan het vanbuiten leren van onderzoekers, oneliners en onderzoeksresultaten in dat boekje.
Vragen van sociologie ken ik niet meer vanbuiten, maar het zijn steeds alledaagse situaties die je dan onder de noemer van een bepaald begrip moet plaatsen. Moeilijk? Ja, maar niet onmogelijk. Het komt er op neer dat je niet slaagt in sociologie door het gewoon vanbuiten te leren, dat moet je echt snappen en toepassen. Na de meerkeuzevragen krijg je ook in Leuven 2 open vragen, waar je normaal gezien 2 sociologen of 2 stromingen met elkaar moet vergelijken (en altijd wel met een eigen zelfgekozen voorbeeld dat niet in de les of in het boek aan bod kwam. Als je sociologie studeert, bedenk dan bij alles een eigen voorbeeld.)