Tom! zei:
Zo, R15 is opgelost. Ik vind dat een bijzonder elegant raadseltje omdat het zo eenvoudig is qua vraagstelling, enkel een basis kansrekening vergt maar toch niet triviaal is om op te lossen; bovendien heeft het een eenvoudige en interessante uitkomst... Het is eens wat anders dan de typische dobbelsteenvraagjes (idem met de bokaal van R14 eigenlijk). De volgende lijkt me ook leuk...
R16
Eentje voor het slapengaan, aangepast aan de examenperiode.
Je volgt een of andere richting met hopen studenten (meer dan 365) en jullie hebben allemaal mondeling examen. De ouderwetse professor doet niet mee aan ingewikkelde tijdsschema's: iedereen is om 8u aanwezig en vormt een rij, een voor een naar binnen. Om de pijn van het wachten te verzachten, belooft hij het volgende: de eerste student die binnenkomt en verjaart op een dag die reeds de verjaardag was van een voorganger, krijgt direct 20/20. Stel dat je arrogant genoeg bent om eender waar in de rij te kruipen: op welke positie (hoeveelste in de rij) ga je dan best staan om je kans op 20 te maximaliseren?
Voor de wiskundige puristen horen hier een paar details bij om de vraag sluitend te maken: we negeren schrikkeljaren en je mag veronderstellen dat de verjaardagen uniform verdeeld zijn over de 365 dagen; bovendien ken je van niemand anders de verjaardag uiteraard - jullie zitten dus in een lekker sociaal jaar
Ale, nog ne laatste voor het slapengaan
Je krijgt 20/20 als je verjaardag samenvalt met een van de personen voor je EN indien onder hen nog geen verjaardagen samenvallen.
Wet van homeboy Bayes: P(A,B) = P(A|B).P(B)
Veronderstel dat ik op de n-de plaats ga staan. De kans is dan:
P

= (n-1)/365 * (365/365 * 364/365 * 363/365 ... (n-1) keer).
Deze eerste factor is juist omdat de eerste n-1 verschillende verjaardagen moeten hebben.
Nu P

nog maximaliseren. Je kan het herschrijven met 365^n en enorme faculteiten, maar dat rekent niet erg makkelijk (Wolfram alpha laat me in de steek daar

), dus een recursieve formule moet het maar doen:
P(n+1) = n/(n-1)* (365 - n +1)/365 * P

.
en P(2) = 1/365.
dan is bv P(3) = 2/365*364/365 > P(2)
Deze kans blijft toenemen als functie van n zolang de factor n/(n-1)*(365 - n +1)/365 >1.
Een beetje herschrijven geeft: 365n - n^2 + n > 365n - 365
of n(n-1) < 365. Het blijkt eenvoudig dat dit voor n = 19 nog geldt, maar voor n = 20 niet meer, daarna begint te kans terug af te nemen. We kunnen dus best op de twintigste plaats gaan staan
Man man, wat een tijdverspilling die raadsels. Had al veel beter al in mene tram gekropen.
Maar om Tom! eens af te lossen een klassieke variant op de klassieker met de broers die liegen en waarheid spreken.
R17
Je bent in dromeland aan het wandelen en zoekt het dorp met de zachtste matrassen

. Je komt op een splitsing waarbij een weg leid naar een kussenfabriek, en de andere naar een punaisefabriek. Er staan dit maal niet twee maar drie broers aan het kruispunt. In een vorig dorp (zonder leugenaars zullen we veronderstellen

), is je verteld dat een broer steeds de waarheid spreekt, een andere liegt steeds, maar de derde durft beiden wel eens te doen en is volkomen onvoorspelbaar. Dit maal krijg je echter de kans om twee vragen te stellen. Welke twee vragen leiden je tot het zandmannetje?
Succes :doc: