Een traditionele metalzondag zoals vroeger het geval was, mochten we deze gevarieerde dag niet noemen. Toch zag je aan de vele bandshirts en combatboots wel degelijk welk tijdstip de wijzers van de klok vandaag aangaven. Vandaag was het tijd om stevig te moshen en te beuken op een smorgasbord van diverse stijlen binnen het stevigere genre. Van Tanz-metal tot post-hardcore en drum-’n-bass stond er Lokeren vandaag heel wat beter geheadbang te wachten, dat was duidelijk. Beginnen deden we echter met een trip down memory lane.
©Lokerse Feesten Media team Creeping Mac Kroki
Noem Bizkit Park nooit zomaar achteloos een coverband, dit is nog steeds de zelfverklaarde beste nu-metal-tributeband ter wereld. Daar viel ook in Lokeren zeker weer iets voor te zeggen, want de in Adidas gehulde heren tekenden ook nu weer voor een absolute viering van het genre. De Grote Kaai was dan ook al vroeg opgedaagd om helemaal loco te gaan op de soundtrack van hun jeugd. Bizkit Park maakte het gemakkelijk door meteen uit de startblokken te schieten met strakke versies van nummers als ‘Faint’ en ‘Last Resort’ en in essentie een live gespeelde mixtape van memorabele klassiekers te brengen. Op papier lijkt het makkelijk scoren, maar de intense performance van de band bleek ook nu de grootste katalysator om het feest in gang te steken. Frontman Niko Van Driessche, die met zijn rode petje en witte baard verdacht veel op een grote metalsmurf leek, deed zijn stinkende best om het publiek aan te sporen. Het resultaat: de eerste circle pits, een grote sitdown en een publiek dat zich gretig smeet. Bizkit Park deed dan ook perfect waar het voor geboekt was, en dat was niet gewoon de boel opwarmen, maar de parking in lichterlaaie zetten.
©Lokerse Feesten Media team Creeping Mac Kroki
Het uitzinnig hoge tempo van Bizkit Park eerder zorgde ervoor dat Psychonaut niet bepaald een makkelijke taak stond te wachten. Hun lang uitgesponnen nummers moeten het meer van sfeer dan van tomeloze energie hebben en renderen beter in een donkere club of tent dan op een nog vrij zonnige parking om half zes. Als die parking dan ook nog eens vol staat met volk dat daarnet nog stond te springen op ‘Break Stuff’ en vooral een ticket kocht voor Electric Callboy, dan weet je dat het moeilijk wordt. Dat wil niet zeggen dat er wat af te dingen viel op de performance van Psychonaut. Een nummer als ‘The Fall of Consciousness’ hakte er bijvoorbeeld ongenadig hard in bij wie de moeite deed om te luisteren. Voor een groot deel van de Grote Kaai bleek Psychonaut echter het moment om aan de toog te gaan hangen en een zondags praatje te slaan, wat zonde was voor een Belgische band die meer verdient.
©Lokerse Feesten Media team Creeping Mac Kroki
Met Enter Shikari werd het energiepeil terug de hoogte in gestuwd. De Engelse post-hardcore-rockers brachten dan ook een vrij uitvoerige lichtproductie met zes ledtorens en een stevige dosis gusto met zich mee op het podium. Al bij opener ‘Bloodshot’ smeet frontman Rou Reynolds zich als een energizer bunny langs alle hoeken van het podium, en werd Lokeren getrakteerd op een stevige portie drum-’n-bass dat over de stevige gitaren van de band werd gekapt. Dat de geluidsmix in het begin niet altijd even lekker zat, werd vlot gecounterd met het tempo dat de band in hun set stak. Het grootste wapen van Enter Shikari bleef echter tijdens het gehele optreden Reynolds, die als een ervaren frontman het publiek bespeelde. Zo kreeg Lokeren niet enkel wat politiek activisme rond de schrijnende situatie in Gaza en de onrustwekkende CO₂-uitstoot die de toekomst van onze planeet bedreigt, maar toch vooral ook heel wat entertainment van de man. Reynolds vroeg en kreeg vlotjes een circle pit, bespeelde constant de camera en klom tijdens ‘Live Outside’ zelfs een stuk van de stagemast in. Toen de zanger even later ook de volledige middenberm ging verkennen om uitvoerig kennis te maken met het publiek dat wat verder van het podium stond, was het duidelijk dat de band vlotjes heel het terrein meekreeg. Met het intens gespeelde ‘Sorry You’re Not a Winner’ sloot Enter Shikari uiteindelijk een set af waar best wat zieltjes mee gewonnen werden.
©Lokerse Feesten Media team Creeping Mac Kroki
Net als Psychonaut leek ook Brutus een wat vreemde eend in de bijt op deze mainstage-line-up. Het trio blijft een band die meer op het rauwe gevoel mikt dan op de joligheid van de moshpit. Toch pakte de mayonaise voor Stefanie Mannaerts en haar kompanen een stuk beter. Dat lag aan een aantal factoren. Allereerst is er uiteraard het begrip dat Brutus de voorbije jaren is geworden. Met twee nummers in de Zwaarste Lijst en twee uitstekende langspelers heeft de band zich naar de top van de voedselketen gewerkt. Daar kwam nog bij dat dit de laatste show was in de slopende tour in het teken van Unison Life, en met indrukwekkende zwart-witvisuals op de grote ledwall en een stevige dosis passie stonden de sterren dan ook goed voor een memorabel optreden. Gooi daar de neervallende duisternis en een lichte regenbui als extra sfeerversterkers bij en je hebt een optreden waarbij alle eendjes op een rij stonden. En of Brutus die vervolgens genadeloos omver keilde. Je voelde al bij opener ‘War’ en de intense inleving van Stefanie achter haar drums dat dit een specialleke zou worden voor band en publiek. Dat resulteerde in versies van nummers als ‘What Have We Done’ die hun vingernagels in je ziel wisten te zetten. Het speciale karakter van de show werd verder versterkt met een stevige versie van ‘All Along’, een nummer dat tegenwoordig nog zelden de setlist haalt, en een beklijvend ‘Sugar Dragon’. Brutus was kortom wederom groots en lonkt meer en meer naar de status van absolute headliner.
©Lokerse Feesten Media team Creeping Mac Kroki
Niks beter om de krop in de keel weg te werken dan luchtig vertier. De foute pakjes van vele bezoekers maakten al heel de dag duidelijk dat de jolige Duitsers en hun kitscherige techno-metal de grootste publiekstrekkers waren, en het plein stond dan ook afgeladen vol voor een show die alle registers opentrok. De geinige intro zette meteen de toon, met een filmpje waarbij nog voor de eerste noot werd gespeeld al even de pyro- en confettikanonnen aan een test werden onderworpen. Klaar om loos te gehen. Met ‘Elevator Operator’ ging de Grote Kaai meteen aan het kolken op het foutste metalfeestje dat we sinds lang hebben gezien. Electric Callboy is een band die voor veel puristen ietwat neerkomt op vloeken in de kerk van de metal, maar dat het verdomd amusant was, dat was duidelijk aan een publiek dat volledig uit haar dak ging. Dat de heren ook muzikaal best wat kunnen, bewezen ze met een sterke cover van Sum 41’s ‘Still Waiting’, een keuze die niet uit de lucht kwam vallen, gezien Frank Zummo zijn spot bij de ter ziele gegane Canadese band heeft ingeruild voor een zitje achter de drumkit bij de Duitsers.
Die cover werkte trouwens een stuk beter dan het tenenkrullende ‘Everytime We Touch’, die zelfs naar Electric Callboy-normen gewoon te plat was, of een volledig uit de toon vallend akoestisch kampvuurmoment waarbij zowaar de Backstreet Boys de revue passeerden. Tussen die dipjes in knalde Electric Callboy echter aanstekelijk door. Lokeren haakte enthousiast haar wagonnetje aan de ‘Tekno Train’ en bij ‘RATATATA’ en ‘We Got the Moves’ ontplofte er niet enkel op het podium van alles. Electric Callboy leverde dan ook de perfecte soundtrack voor een uitzinnig feestje met foute kantjes. De combinatie van stevige gitaren, screams, techno en zelfs een stukje schlager, gedrenkt in confetti, vuurwerk en regenboogkleuren, was gewoon sehr toll.
©Lokerse Feesten Media team Creeping Mac Kroki
We gingen het niet te laat maken en Pendulum skippen. Dat was initieel het plan. Dat werd uiteindelijk verlegd naar toch nog even blijven voor de eerste twee nummers. Uiteindelijk kregen ze ons pas van het plein weg nadat Pendulum als ietwat verrassende toegift ‘Tarantula’ had gespeeld. Zeggen dat Pendulum ons dus wist mee te slepen, is ietwat van een understatement. De Australiërs begonnen eraan met diepe bassen die inbeukten op het middenrif, terwijl op tape de stemmen van Joey Valance & Brae beloofden dat het tijd was om volledig napalm te gaan. Pendulum hield die belofte ook, en versterkte zowaar zodra frontman Rob Swire de touwtjes in handen nam. Swire klinkt live al even sterk als hij op plaat doet en stak het vuur aan de lont van wat enkel omschreven kan worden als een energieke explosie. De balans tussen nieuwer werk en oude favorieten zat ijzersterk in elkaar en bereikte een kookpunt met een mash-up tussen ‘Blood Sugar’ en ‘Voodoo People’. Het laatste stukje energie dat het publiek na Electric Callboy nog had, werd er genadeloos uitgeperst met bangers als ‘Halo’ en ‘Witchcraft’. Pendulum beet zich dan ook energiek vast in de halsslagader van de Lokerse Feesten en ging door tot het de Grote Kaai bloedend en uitgeteld achterliet. Electric Callboy was weliswaar de headliner van de avond, en zonder twijfel erg amusant, maar zat geflankeerd tussen twee optredens die we enkel kunnen omschrijven als krachttoeren.
Bizkit Park
©Lokerse Feesten Media team Creeping Mac Kroki
Noem Bizkit Park nooit zomaar achteloos een coverband, dit is nog steeds de zelfverklaarde beste nu-metal-tributeband ter wereld. Daar viel ook in Lokeren zeker weer iets voor te zeggen, want de in Adidas gehulde heren tekenden ook nu weer voor een absolute viering van het genre. De Grote Kaai was dan ook al vroeg opgedaagd om helemaal loco te gaan op de soundtrack van hun jeugd. Bizkit Park maakte het gemakkelijk door meteen uit de startblokken te schieten met strakke versies van nummers als ‘Faint’ en ‘Last Resort’ en in essentie een live gespeelde mixtape van memorabele klassiekers te brengen. Op papier lijkt het makkelijk scoren, maar de intense performance van de band bleek ook nu de grootste katalysator om het feest in gang te steken. Frontman Niko Van Driessche, die met zijn rode petje en witte baard verdacht veel op een grote metalsmurf leek, deed zijn stinkende best om het publiek aan te sporen. Het resultaat: de eerste circle pits, een grote sitdown en een publiek dat zich gretig smeet. Bizkit Park deed dan ook perfect waar het voor geboekt was, en dat was niet gewoon de boel opwarmen, maar de parking in lichterlaaie zetten.
Psychonaut
©Lokerse Feesten Media team Creeping Mac Kroki
Het uitzinnig hoge tempo van Bizkit Park eerder zorgde ervoor dat Psychonaut niet bepaald een makkelijke taak stond te wachten. Hun lang uitgesponnen nummers moeten het meer van sfeer dan van tomeloze energie hebben en renderen beter in een donkere club of tent dan op een nog vrij zonnige parking om half zes. Als die parking dan ook nog eens vol staat met volk dat daarnet nog stond te springen op ‘Break Stuff’ en vooral een ticket kocht voor Electric Callboy, dan weet je dat het moeilijk wordt. Dat wil niet zeggen dat er wat af te dingen viel op de performance van Psychonaut. Een nummer als ‘The Fall of Consciousness’ hakte er bijvoorbeeld ongenadig hard in bij wie de moeite deed om te luisteren. Voor een groot deel van de Grote Kaai bleek Psychonaut echter het moment om aan de toog te gaan hangen en een zondags praatje te slaan, wat zonde was voor een Belgische band die meer verdient.
Enter Shikari
©Lokerse Feesten Media team Creeping Mac Kroki
Met Enter Shikari werd het energiepeil terug de hoogte in gestuwd. De Engelse post-hardcore-rockers brachten dan ook een vrij uitvoerige lichtproductie met zes ledtorens en een stevige dosis gusto met zich mee op het podium. Al bij opener ‘Bloodshot’ smeet frontman Rou Reynolds zich als een energizer bunny langs alle hoeken van het podium, en werd Lokeren getrakteerd op een stevige portie drum-’n-bass dat over de stevige gitaren van de band werd gekapt. Dat de geluidsmix in het begin niet altijd even lekker zat, werd vlot gecounterd met het tempo dat de band in hun set stak. Het grootste wapen van Enter Shikari bleef echter tijdens het gehele optreden Reynolds, die als een ervaren frontman het publiek bespeelde. Zo kreeg Lokeren niet enkel wat politiek activisme rond de schrijnende situatie in Gaza en de onrustwekkende CO₂-uitstoot die de toekomst van onze planeet bedreigt, maar toch vooral ook heel wat entertainment van de man. Reynolds vroeg en kreeg vlotjes een circle pit, bespeelde constant de camera en klom tijdens ‘Live Outside’ zelfs een stuk van de stagemast in. Toen de zanger even later ook de volledige middenberm ging verkennen om uitvoerig kennis te maken met het publiek dat wat verder van het podium stond, was het duidelijk dat de band vlotjes heel het terrein meekreeg. Met het intens gespeelde ‘Sorry You’re Not a Winner’ sloot Enter Shikari uiteindelijk een set af waar best wat zieltjes mee gewonnen werden.
Brutus
©Lokerse Feesten Media team Creeping Mac Kroki
Net als Psychonaut leek ook Brutus een wat vreemde eend in de bijt op deze mainstage-line-up. Het trio blijft een band die meer op het rauwe gevoel mikt dan op de joligheid van de moshpit. Toch pakte de mayonaise voor Stefanie Mannaerts en haar kompanen een stuk beter. Dat lag aan een aantal factoren. Allereerst is er uiteraard het begrip dat Brutus de voorbije jaren is geworden. Met twee nummers in de Zwaarste Lijst en twee uitstekende langspelers heeft de band zich naar de top van de voedselketen gewerkt. Daar kwam nog bij dat dit de laatste show was in de slopende tour in het teken van Unison Life, en met indrukwekkende zwart-witvisuals op de grote ledwall en een stevige dosis passie stonden de sterren dan ook goed voor een memorabel optreden. Gooi daar de neervallende duisternis en een lichte regenbui als extra sfeerversterkers bij en je hebt een optreden waarbij alle eendjes op een rij stonden. En of Brutus die vervolgens genadeloos omver keilde. Je voelde al bij opener ‘War’ en de intense inleving van Stefanie achter haar drums dat dit een specialleke zou worden voor band en publiek. Dat resulteerde in versies van nummers als ‘What Have We Done’ die hun vingernagels in je ziel wisten te zetten. Het speciale karakter van de show werd verder versterkt met een stevige versie van ‘All Along’, een nummer dat tegenwoordig nog zelden de setlist haalt, en een beklijvend ‘Sugar Dragon’. Brutus was kortom wederom groots en lonkt meer en meer naar de status van absolute headliner.
Electric Callboy
©Lokerse Feesten Media team Creeping Mac Kroki
Niks beter om de krop in de keel weg te werken dan luchtig vertier. De foute pakjes van vele bezoekers maakten al heel de dag duidelijk dat de jolige Duitsers en hun kitscherige techno-metal de grootste publiekstrekkers waren, en het plein stond dan ook afgeladen vol voor een show die alle registers opentrok. De geinige intro zette meteen de toon, met een filmpje waarbij nog voor de eerste noot werd gespeeld al even de pyro- en confettikanonnen aan een test werden onderworpen. Klaar om loos te gehen. Met ‘Elevator Operator’ ging de Grote Kaai meteen aan het kolken op het foutste metalfeestje dat we sinds lang hebben gezien. Electric Callboy is een band die voor veel puristen ietwat neerkomt op vloeken in de kerk van de metal, maar dat het verdomd amusant was, dat was duidelijk aan een publiek dat volledig uit haar dak ging. Dat de heren ook muzikaal best wat kunnen, bewezen ze met een sterke cover van Sum 41’s ‘Still Waiting’, een keuze die niet uit de lucht kwam vallen, gezien Frank Zummo zijn spot bij de ter ziele gegane Canadese band heeft ingeruild voor een zitje achter de drumkit bij de Duitsers.
Die cover werkte trouwens een stuk beter dan het tenenkrullende ‘Everytime We Touch’, die zelfs naar Electric Callboy-normen gewoon te plat was, of een volledig uit de toon vallend akoestisch kampvuurmoment waarbij zowaar de Backstreet Boys de revue passeerden. Tussen die dipjes in knalde Electric Callboy echter aanstekelijk door. Lokeren haakte enthousiast haar wagonnetje aan de ‘Tekno Train’ en bij ‘RATATATA’ en ‘We Got the Moves’ ontplofte er niet enkel op het podium van alles. Electric Callboy leverde dan ook de perfecte soundtrack voor een uitzinnig feestje met foute kantjes. De combinatie van stevige gitaren, screams, techno en zelfs een stukje schlager, gedrenkt in confetti, vuurwerk en regenboogkleuren, was gewoon sehr toll.
Pendulum
©Lokerse Feesten Media team Creeping Mac Kroki
We gingen het niet te laat maken en Pendulum skippen. Dat was initieel het plan. Dat werd uiteindelijk verlegd naar toch nog even blijven voor de eerste twee nummers. Uiteindelijk kregen ze ons pas van het plein weg nadat Pendulum als ietwat verrassende toegift ‘Tarantula’ had gespeeld. Zeggen dat Pendulum ons dus wist mee te slepen, is ietwat van een understatement. De Australiërs begonnen eraan met diepe bassen die inbeukten op het middenrif, terwijl op tape de stemmen van Joey Valance & Brae beloofden dat het tijd was om volledig napalm te gaan. Pendulum hield die belofte ook, en versterkte zowaar zodra frontman Rob Swire de touwtjes in handen nam. Swire klinkt live al even sterk als hij op plaat doet en stak het vuur aan de lont van wat enkel omschreven kan worden als een energieke explosie. De balans tussen nieuwer werk en oude favorieten zat ijzersterk in elkaar en bereikte een kookpunt met een mash-up tussen ‘Blood Sugar’ en ‘Voodoo People’. Het laatste stukje energie dat het publiek na Electric Callboy nog had, werd er genadeloos uitgeperst met bangers als ‘Halo’ en ‘Witchcraft’. Pendulum beet zich dan ook energiek vast in de halsslagader van de Lokerse Feesten en ging door tot het de Grote Kaai bloedend en uitgeteld achterliet. Electric Callboy was weliswaar de headliner van de avond, en zonder twijfel erg amusant, maar zat geflankeerd tussen twee optredens die we enkel kunnen omschrijven als krachttoeren.