Iets waar ik echt nostalgisch naar ben is naar de lagere bevolkingsdichtheid van dertig jaar geleden (gemeente waar ik woon ging van 7500 inwoners in 1990 naar 10400 in 2025) en naar de sociale cohesie van toen. Vroeger leek het alsof iedereen elkaar wel wat kende, nu woon ik al veertien jaar in mijn huidige straat en is er nog altijd een heel deel van de bewoners die ik nooit gezien heb.
Opgegroeid in een dorp.
Een warme bakker
Twee slagers
Drie (!) kruidenierswinkels waar je kaas en ook brood kon kopen
Drie cafés
Een schooltje
Een schilder- en behangwinkel.
Een pompstation met twee pompen naast elkaar, met bediening. Plus daarbij een fietsenhandel en toen was 1000 Frank een volle tank nafte.
Een bloemist
Een apotheker
Een zaakje waar je potten en pannen kon kopen..
En twee grote fabrieken nabij het dorp, waar half het dorp ook werkte, van vader op zoon.
Zoon klaar met legerdienst? De papa’s vroegen aan hun baas of “er werk was?”
En ja hoor, de zonen konden beginnen ook al was er eigenlijk geen werk, maar ach, de fabriek draaide goed en er werd niet op een frank gekeken.
Mijn pa kwam elke middag naar huis eten, en de regeling was dat de middagpauze pas inging als de werknemers thuis kwamen. “Woon-werk” was dus gewoon arbeidstijd.
Ging tijdens zijn middagpauze ook nog gras afrijden bij zijn ouders, kon allemaal.
En bij de eerste communie mocht je een fiets gaan kiezen, want ja opa en oma betaalden en je had welgeteld keuze uit twee fietsen.
En content dat we waren ! Zo fier als een gieter.
En met de kermis: de tekenwedstrijd. En ja we wonnen al wel eens als kind want we kenden de menen in het bestuur goed.., ja zo ging dat,
Nostalgie.
Hoe al die zelfstandigen daarop overleefden is mij wel een raadsel.