Terwijl de deurwaarder gisteren aanklopte bij het kabinet van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA), zei premier Charles Michel in de Kamer te zullen onderzoeken of de regering de dwangsommen kan laten ‘kantonneren’ of blokkeren – een scenario uit de koker van minister van Justitie Koen Geens (CD&V). De regering legt zich niet neer bij een beslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV), dat ons land verplicht een humanitair visum af te leveren aan een Syrisch gezin.
‘De uitspraak om de dwangsommen te laten kantonneren, is zéér bedenkelijk, zeker uit de mond van minister Geens.’ Dat zegt Stijn Verbist, zelf advocaat en docent Rechtsbescherming en Overtuigingsleer (UHasselt).
Kan dat dan niet?
‘Er zijn betere manieren om een veroordeling aan te vechten dan een politiek discours’
‘Neen. Wie het Gerechtelijk Wetboek leest, ziet dat de formele toepassingsvoorwaarden voor het kantonnement hier niet vervuld zijn. De regering houdt blijkbaar vast aan een politiek discours, terwijl er betere manieren zijn om de veroordeling aan te vechten.’
Zoals?
‘Er is wel degelijk een manier om onder een dwangsom uit te komen, alleen heeft nog niemand die piste op tafel gelegd. Een rechter die een dwangsom heeft uitgesproken, kan die achteraf opheffen of inperken als de veroordeelde in de onmogelijkheid verkeert om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Met dat artikel uit het Gerechtelijk Wetboek op zak kan de regering de zaak weer aanhangig maken bij het Brusselse hof van beroep en zo de bal weer in het kamp van de magistratuur leggen.’
Verkeert ze dan in de onmogelijkheid om een visum af te leveren?
‘Wel, nu komt het: de onmogelijkheid kan feitelijk, juridisch óf moreel geïnterpreteerd worden. Denk aan een moeder die veroordeeld wordt tot het respecteren van het omgangsrecht van de vader van haar kind, terwijl ze ontdekt heeft dat de vader het kind klaarblijkelijk mishandelt. Voor haar is het moreel onmogelijk om de veroordeling na te leven. Wel moet ze haar beweringen staven.’
‘De rechtsleer laat de mogelijkheid expliciet open, maar zegt wel om er “met grote omzichtigheid” mee om te gaan “aangezien men niet mag zwichten voor allerlei chicanes van de veroordeelde”. Als je het standpunt van Francken beluistert, kun je zeggen dat de regering beleidsmatig in de morele onmogelijkheid verkeert om het visum uit te reiken.
Het doet denken aan de abortuskwestie van koning Boudewijn in 1990 (zie inzet).
‘Inderdaad, ook toen interpreteerde men het begrip ‘onmogelijkheid’ – oorspronkelijk bedoeld voor als de koning afwezig was of ze niet alle vijf meer op een rijtje had – als de morele onmogelijkheid om te regeren omdat Boudewijn gewetensbezwaren had. Als die juridische spitsvondigheid in constitutionele context kan toegepast worden, waarom dan niet hier?’
De ‘onmogelijkheid’ wordt in talloze vonnissen en arresten aanvaard voor natuurlijke personen, maar geldt dat ook voor de staat?
‘Het Grondwettelijk Hof heeft al gezegd dat de “aantasting van het algemeen belang” een moreel nadeel kan opleveren. Rechtspersonen kunnen ook moreel verantwoordelijk worden gesteld, maar het is uiteraard aan de staat om een en ander geloofwaardig aan te tonen. En het is aan het hof om erover te oordelen.’
De regering wil alvast alle juridische middelen uitputten, aldus Michel.
‘Zolang het juridische middelen zijn, geen probleem. Maar het verwondert mij dat de regering de sereniteit van het debat niet bewaart. Haar houding getuigt van een gebrek aan juridische professionaliteit én geloofwaardigheid. De piste van het kantonnement is één voorbeeld, de “schikking” een ander. Als de regering een tegenvoorstel wil doen (de familie zou een visum moeten aanvragen in Libanon, red.), moet ze dat doen vóór de veroordeling. Nu met een “minder” voorstel afkomen, is allesbehalve professioneel.’
‘Truc van de abortuskwestie biedt soelaas voor visumrel’ - De Standaard