CyCe163 zei:
Het is niet omdat liberalisme ontstaan is in de verlichting dat dat links is. Wat je opsomt van verdere kenmerken zijn niet bepaald links te noemen; individu los van staat, primaat economie, gelooft niet in gemeenschap. Niet bepaald linkse ideëen.
Manmanman.
De termen lkomen van de Franse revolutie. Zij die tegen waren, de conservatieven, zaten rechts, de anderen links.
Liberalen zaten links. Enfin, je kent de geschiedenis zeker?
Rechts = conservatief
Links = progressief
Het enige fundamentele verschil tussen liberalisme en socialisme is dat het liberalisme gebruikt maakt van democratie en veel meer de nadruk legt op het individu.
Maar er bestaat een zeer goed boek over die het verschil tussen links en rechts uitlegt: Wat is rechts?’; een samenbundeling van uitstekende teksten van ondermeer F. Embregts en Jos Vinckx, geschreven net na mei ‘68:
Wat is nu de oorsprong van het conservatisme? De term is afkomstig van het eerste antirevolutionaire tijdschrift in Frankrijk ‘Le Conservateur’, waarin o.a. Chateubriand, Lammenais, Lamartine, Martinville en Fievée schreven.
Was conservatief (of rechts) zijn in het beginne een afweerreflex tegen de revolutie omwille van het verlies aan privileges (antirevolutie), dan ontwikkelde het na verloop van tijd een eigen kracht (contrarevolutie). Met het bekende ‘Reflections on the Revolution in France’ van de Iers-Britse politicus Edmund Burke werd de aanzet voor het politiek-ideologische denkkader van het conservatisme gegeven.
Rechts blijft echter schuw staan tegenover een overdreven ideologisering (itt links.)
Wel hecht de conservatief veel belang aan de substantiële waarden en normen van het leven.
Recht tegenover het klassieke conservatisme zouden vanaf de 19de eeuw de sociale utopisten komen te staan, dat net als het liberalisme antiklerikaal en atheïstisch zou zijn. Met Marx en Engels zou een verdere uitdieping van het socialisme komen, hoewel de interpretaties achteraf soms zeer verscheiden bleken.
De sociaalprogressieve christen-democraten (in Vlaanderen bv. priester Daens) werden door links echter als rechts afgedaan, omwille van hun christelijke inspiratiebron. Tijdens de Romantiek zouden in Duitsland drie belangrijke figuren de basis vormen van het volksnationalisme: Herder (volk), Fichte (natie) en Hegel (Staat).
In de Renaissance en bij de humanisten bestond er eigenlijk ook al een zekere belangstelling voor taal (woordenschat- en grammaticastudie) en werd Europa op basis daarvan ingedeeld in volkeren. Laten we zeggen dat volksnationalisme eigenlijk een reactie was op de centralistische en imperialistische neigingen van de revolutionairen (jaccobijnen).
Voorheen bestond er minder behoefte aan het verdedigen van de volkstradities, taal en identiteit van het volk, omdat die minder bedreigd werden. Behalve misschien op het einde van het Ancien Régime met het absolutisme.
Het volksbewuste conservatisme dat tijdens de Romantiek dus ontwaakte, ging uit van de concrete realiteit van de onderscheiden volkeren, daar waar universalistisch links de abstracte mensheid als een eenheid zag.
In diezelfde periode bloeiden de natuurwetenschappen volop en ontdekte men de erfelijkheidswetten. Door deze wetten kon een biologische basis gelegd worden om de ‘mensheid’ in te delen in groepen. Biologische afkomst werd in conservatieve en nationalistische middens gezien als bepalend voor het ontstaan van culturen en eigenschappen van een volk. Dit leidde op het einde van de 19de eeuw ook tot racistische overdrijvingen en uiteindelijk tot de rassentheorieën van de nazi’s.
Algemeen kenmerkend voor rechts is wel de terugkeer naar de menselijke en natuurlijke realiteit. Zo ontstonden ook de kunststromingen naturalisme, vitalisme en existentialisme.
Binnen het nationalistische/rechtse kamp begon er zich, zoals eerder gesteld, een duidelijke tweedeling te ontstaan; aan de ene kant de Franse integraal-nationalisten zoals Maurras en aan de andere kant het volksnationalisme, dat in Duitsland en Vlaanderen gevolgd werd.
De Duitse volkskundige W.H. Riehl zei dat elk volk de eigenschap heeft om enerzijds te behouden en anderzijds te veranderen en vooruit te gaan. Is men eerder behoudsgezind dan is men conservatief. Wil men eerder verandering dan is men progressief. Het beeld is echter genuanceerd: niemand wil zaken behouden die totaal geen nut meer hebben en niemand wil complete tabula rasa maken.
De conservatief beseft de noodzaak tot behoud van de substantie van het leven, maar ziet tegelijk de ontwikkeling waaraan elk leven onderworpen is. Vooruitgang en techniek zijn volgens het conservatisme slecht nodig in zoverre ze bijdraagt tot het welzijn van de mens en dus niet levensoverheersend en bedreigend is.
Embregst schrijft hierover in de tekst ‘Rechts: een antwoord!’ uit het vernoemde boek ‘Wat is rechts?’: “Conservatisme is zeker geen terugkeer naar verstarde vormen of verouderde opvattingen, geen vasthouden aan privileges of posities, maar een zich aanpassen aan de menselijke realiteit, aan de diversiteit van de menselijke maatschappij, aan de goede en minder-goede eigenschappen van de menselijke natuur, aan de onveranderlijke ‘eeuwige mens’ wiens wezenskenmerken in de huidige biologisch-genetische situatie door geen enkele rationalistische utopie kunnen gewijzigd worden.”
Jos Vinckx verwoordt het als volgt: “De conservatief gelooft niet in de eeuwigheidswaarde van systemen die door de tijd waarin ze gedacht zijn, getekend zijn. Ze dienen aangepast te worden aan de levensevolutie. Rechts betekent enkel het veiligstellen van altijd-geldende waarden.”
“De geestelijke structuur van diegenen die het nationalisme als feit bevestigen, ontwikkelt de beschouwing (van de wereld) niet uit een abstracte idee (rationalisme) doch omgekeerd leidt zij een idee af uit de natuurbeschouwing (naturalisme, realisme)…”, aldus Embregts.
En hij gaat verder: “Het fundamentele realisme en de kennis van de menselijke natuur zijn een deel van een concept dat wijsgerig-metafysische en religieuze trekken draagt. Rechts erkent de grenzen van het menselijke kennen, van het rationele, en zijn visie op de wereld bezit daarom nooit een ideologische strakheid en het dogmatisme van de linkse schema’s.”
Volgens Jaélic is links essentieel antigodsdienstig en « droite a par essence un horion religieux ». De meest linkse christen is daarom nog altijd rechtser dan elke atheïstische fascist, aldus Jaélic. Hoewel dit misschien wel een karikatuur is, wijst het wel het belang aan van geloof in het conservatisme. Bij rechts primeert de geest immers over de materie.
Nogmaals Embregts: “Vanuit dit realisme en geloof in iets hogers beklemtoont rechts het nationale, de etnische en individuele verscheidenheid en diversiteit van ieders mogelijkheden, naast de aanwezigheid van irrationele factoren en zij richt zicht tegen partijen, groepen en structuren van staat en maatschappij die nivellerend en daardoor levensbeklemmend werken.”… “Het realisme van deze maatschappij-visie wil de totale mens zien in zijn natuurlijk midden en met zijn natuurlijke bindingen. Elke andere visie leidt naar de totalitaire verdrukking of naar de vervreemding van de mens in de maatschappij.”
Zowel liberalisme als socialisme vertrekken van dezelfde bron; de verlichting en Franse Revolutie. Liberalisme staat voor collectief individualisme, waarbij individuen geen voorbestemde onderlinge binding hebben, socialisme voor individueel collectivisme, waarbij alles gemeengoed is voor iedereen afzonderlijk.
Beide materialistische ideologieën negeren traditionele en fundamentele waarden van het leven en de natuur. Links is de ontkenning van rechts, dat op zich staat voor orde, traditie en de bestaande realiteit.
Embregts omschrijft het zeer toepasselijk: “De traditionele dogma’s en principes van het marxisme-leninisme en van andere linkse theorieën uit het sociaal-utopische vroeg-socialisme bevatten een aantal punten waartegen rechts zich verzet en die een afwijzing zijn van wat rechts als ideële waarde erkent. De mythe van het volmaakte mensengeluk, van het internationalisme, de etnische nivellering en de vlucht uit de natie, de cultus van het rationele en het geloof in de klassenstrijd, de klassenrevolutie en de dictatuur van het proletariaat, de mythe van de voltooibaarheid der geschiedenis en de vervaardigbaarheid der toekomst worden door rechts bestreden.” Hans Freyer noemt de hypertrofie van het linkse vooruitgangsidee eveneens “de tendens van de voltooibaarheid der geschiedenis”.
Embregts verwerpt tegelijk het liberalisme: “Rechts wijst de interpretatie van de begrippen vrijheid en gelijkheid, zoals die sedert het liberalisme verstaan worden, af, omdat de gemeenschap aan de vrijheid en de natuur aan de gelijkheid zijn grenzen stelt.” … “zonder aan het principiële recht op gelijke kansen voor gelijke mogelijkheden te willen tornen, onderstreept rechts het absurde van gelijkheid waarbij alleen nivellering naar beneden ontstaat.”
Liberalisme = Liberalisme
Het is niet omdat voor bepaalde standpunten ze een overeenkost hebben met andere ideëengoeden dat ze daarom ineens links of rechts zijn.
Jij kijkt met paardekleppen naar de situatie zoals ze nu is.
Je moet kijken vanwaar alle komt en het breder perspectief ook zien. Dan zie je hoe links het liberalisme altijd geweest is, en nog steeds is.