Cakeman zei:
Maar vanwaar kwam die materie?
Een oerklomp, genaamd yelm ofzo iets
Die explodeerde en zo ontstond alles.
edit:
De Belg Georges Lemaître bedacht de Oerknal, de Big Bang. Hij dacht het volgende:
Tijd, ruimte en materie zijn ontstaan in één moment. Een explosie veroorzaakt door niets ongeveer 18 miljard jaar geleden. Daarbij werden de verschillende galaxiën uit elkaar geslingerd. Er was een oerklomp, yelm genaamd, die explodeerde en daaruit ontstonden de galaxiën.
Pas in de jaren ´60 werd definitief aangetoond dat de Big Bang heeft plaatsgevonden. In 1978 kregen Arno Penzias en Robert Wilson daar de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor. Zij hebben bewezen dat er nog steeds deeltjes in het heelal aanwezig zijn die ontstaan zijn tijdens de Oerknal.
De oerknal heeft plaatsgevonden binnen 10-43 seconde en zo’n 12 miljard jaar geleden in plaats van 18 miljard jaar, dat is gebleken uit een onderzoek van het Ruimtevaartbureau ESA in 1997.
Big Bang
Een van de vragen waar theologen zich vroeger het hoofd over braken was de volgende: wat gebeurde er voordat God de wereld schiep?
Zoals men het nu ziet in de wetenschap die zich bezighoudt met het ontstaan van het heelal, was er een periode zonder ruimte en tijd. Naar welk deel van de hemel we onze telescopen ook richten, overal zien we melkwegstelsel die van ons vandaan bewegen. De wetenschappers denken dat er zo’n 12 miljard jaar geleden een moment zijn geweest waarop alle materie in het heelal op een punt was samengekomen en dit ontplofte dan. Dit wordt de Big Bang genoemd of in het Nederlands: De Oerknal.
* De Eerste Gedachte
De Belg Georges Lemaître bedacht de Oerknal, de Big Bang. Hij dacht het volgende:
Tijd, ruimte en materie zijn ontstaan in één moment. Een explosie veroorzaakt door niets ongeveer 18 miljard jaar geleden. Daarbij werden de verschillende galaxiën uit elkaar geslingerd. Er was een oerklomp, yelm genaamd, die explodeerde en daaruit ontstonden de galaxiën.
* Verfijning van de eerste theorie
Pas in de jaren ´60 werd definitief aangetoond dat de Big Bang heeft plaatsgevonden. In 1978 kregen Arno Penzias en Robert Wilson daar de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor. Zij hebben bewezen dat er nog steeds deeltjes in het heelal aanwezig zijn die ontstaan zijn tijdens de Oerknal.
De oerknal heeft plaatsgevonden binnen 10-43 seconde en zo’n 12 miljard jaar geleden in plaats van 18 miljard jaar, dat is gebleken uit een onderzoek van het Ruimtevaartbureau ESA in 1997.
Na de gigantische explosie die de elementen produceerde, waaronder helium en waterstof. Nadat de elementen zijn gevormd kan ook het licht een reis door het heelal beginnen. Dit licht vormt de kosmische achtergrondstraling, die in 1965 door Dr. Penzias en Dr. Wilson. In het uitdijende heelal ontstaan kleine verschillen in dichtheid. Deze verschillen ontstaan door zwaartekracht. Hieruit ontstaan groepen grote sterren, deze groepen klonteren samen tot sterrenstelsels.
Stephen Hawking, de sterrendeskundige die tegenwoordig in één adem wordt genoemd met genieën als Newton en Einstein vind dat de schepping van het heelal niet zo heel uniek is, volgens hem zou het best nog een keer kunnen gebeuren.
Hij vergelijkt het heelal met een vierdimensionale bol die er uit ziet als een globe. De tijd loopt daar van noord naar zuid. De noordpool is de Oerknal. Naar het zuiden toe dijt het heelal uit, om bij de evenaar zijn maximale omvang te bereiken. Op de zuidpool schrompelt het weer tot één punt ineen. Volgens die voorstelling heeft het dus geen zin ons af te vragen wat er voor de oerexplosie was. Die vraag heeft volgens Hawking net zo min een antwoord als de vraag wat er ten noorden van de Noordpool ligt. Het heelal heeft weliswaar een begin en een einde, maar de ruimte-tijd-voorstelling van de bol niet. Die is er gewoon, en is er dus altijd. Iets dat er “gewoon is” hoeft niet geschapen te zijn en daarmee vervalt volgens Hawking ook de noodzaak van de schepper.
Hawking heeft een simpele voorstelling gemaakt van het ontstaan van ruimte en tijd, vermoedelijk is het veel ingewikkelder. Tegenwoordig denkt men eerder aan een soort “superheelal” van oneindige afmetingen. In die eindeloze leegte ontstaan van tijd tot tijd opeenhopingen van energie, die elk op zich in een vuurstorm tot een compleet heelal kunnen uitgroeien. Op dat moment vindt een soort “sprong” plaats van eeuwige oneindigheid naar ruimte en tijd.
Zal de tijd altijd bestaan? Het antwoord daarop is: als het heelal blijft uitdijen komt er geen uiteinde aan de tijd. Geleidelijk zullen de gasvooraden in de melkwegstelsels uitgeput raken, zodat er geen nieuwe sterren meer ontstaan. Er komt een tijd dat de laatste massieve sterren als supernova’s ontploffen en zwarte gaten en neutronensterren achter laten. Middelmatige sterren blijven iets langer bestaan en koelen in de vorm van witte dwergsterren af. De enige normale sterren die nog overblijven zijn rode dwergen, die 200 miljard jaar blijven branden alvorens uit te doven tot zwarte sintels.
Maar als ook deze sterren zijn uitgestraald, zal het laatste licht zijn gedoofd. Alleen het koude geraamte van melkwegstelsels blijven zich doelloos door de ruimte bewegen.
bron:
http://kinderenwebhotel.be/WO_tijd/big_bang.htm (eerste link die ik in Google tegen kwam...
Ik weet niet in hoeverre alles klopt, maar denk wel dat het vrij juist is.