Silmarunya zei:
Hoe dan ook kunnen ze het gat wel dichtrijden langs andere wegen. Hun ticketprijzen zijn in verhouding tot de geboden kwaliteit en het relatief welstellende publiek dat ze aantrekken vrij laag (disclaimer: daar profiteer ik zelf regelmatig van), om maar iets te zeggen.
Dat geldt overigens voor veel kunstinstellingen. Er zijn zodanig veel kortingstarieven en voordeelkaarten dat je een heel jaar spotgoedkoop van opera naar concert kunt lopen, en dat terwijl die zalen toch wel opvallend vol met goedgeklede oude dames en studenten in designkleertjes zitten.
We moeten er niet flauw over doen: cultuur is in Vlaanderen een vrij elitaire bezigheid, maar wordt aan de prijs van een volkssport aangeboden. Wat meer means testing is op zijn plaats imo (waarom verdien ik enorme kortingen op mijn toeganstickets? Enkel omdat ik jong ben?)
De prijzen zijn inderdaad zeer laag, vanuit de idee dat dat participatiebevorderend is. De subsidies moeten het mogelijk maken dat de prijzen laag blijven, zodat cultuur voor iedereen toegankelijk is. Theoretisch is dat mooi, maar in de praktijk profiteren daar inderdaad vooral de mensen van die ook aan een dubbele prijs wel zouden komen. Ik zou niet zeggen dat cultuur (want dat is een enorm brede sector) een elitaire bezigheid is, dat is een typisch rechtse perceptie. Het is eerder wel vanaf de middenklasse. Dat het aan de prijs van 'volkssport' wordt aangeboden is dan ook om van cultuur een bezigheid te maken die toegankelijk is voor iedereen.
Ik vind dat laag houden van de prijzen ook niet houdbaar, maar goed. Het wordt wel zo goed als opgelegd. De politiek moet dan ook wel goed beseffen dat als ze die organisaties hun subsidies wegnemen of verminderen, dat ze niet meer van die organisaties bodemprijzen kunnen eisen.
Het is trouwens ook maar de vraag of het verhogen van de prijzen de nood aan subsidies zal doen verdwijnen. Ik denk het niet, toch niet voor de meerderheid. Momenteel is de ticketprijs op zijn minst dubbel zo laag (en vaak zelfs veel meer dan dubbel) dan de reële kostprijs voor de organisatie. Als bezoekers écht de volle pot zouden moeten betalen, gaan de bezoekcijfers ook wel afnemen. En dan wordt cultuur trouwens écht een elitaire bezigheid.
Silmarunya zei:
Nee, je dient een dossier in waarin je stelt: de komende twee jaar wensen wij X, Y en Z te doen en dat is nuttig/belangrijk omdat A B C. Als dat wordt goedgekeurd, krijgen ze geld en kunnen ze de komende twee (of soms vier) jaar relatief autonoom werken.
Tegenwoordig moeten ze jaarlijks ook een actieplan e.d. indienen.
Tristesse zei:
Zo is het natuurlijk quasi onmogelijk om in een 4-jarige legislatuur iets te veranderen en daar voordeel uit te halen.
Je legt 1 jaar voor de verkiezingen die subsidies vast, en de volgende legislatuur is daar voor 3 van hun jaren aan gebonden?
Dat zou betekenen dat iedere ploeg de meerderheid van hun bestuurstijd met de budgetten vastgelegd door de vorige ploeg moet werken.
Dan liever met de borstel erdoor.
De Vlaamse overheid heeft een legislatuur van 5 jaar, stadsbesturen van 6 jaar. In de steden (ik vermoed ook in Vlaanderen, minder zeker van) werk je het eerste jaar inderdaad nog volgens het budget van de vorige legislatuur. Dat is ook nodig om continuïteit in de werking te verzekeren, zowel voor de overheid als voor al die organisaties.
Silmarunya zei:
- Budgetten zijn meestal voor 2 jaar, 4-jarige budgetten zijn doorgaans enkel voor organisaties met een lange geschiedenis en voorspelbaar aanbod (de bibliotheek, de Vlaamse opera,...).
- Meestal worden aanvragen behandeld door ambtenaren, de minister is er vooral om stempels en pootjes te zetten. Alleen van die prestigeprojecten zoals culturele hoofdstad of een sportevenement worden door de minister zelf geregeld. Schouwvliege heeft met dat Musical van Vlaanderen-debacle de trend wel een beetje verbroken.
Ik denk dat je op dat vlak wat achter zit. De meerderheid van de werkingssubsidies zijn wel degelijk voor vier jaar. Aanvragen worden doorgelicht door een artistieke commissie en de administratie (voor de zakelijke doorlichting).
Het Musical van Vlaanderen debacle is een trendbreuk in het beleid van Schauvliege zelf. Onder haar voorgangers was het op eigen houtje beslissen (dus met politiek kleurtje) veel meer gebruikelijk. Schauvliege zelf is op dat vlak veel transparanter en professioneler.