Ik doe homeworking vandaag, WAT EEN KISS MY FUCKING BITCH ASS VERADEMING!!! "Pourquoi Befferke"? Waarom? Hier is jullie waarom. Elke fucking ochtend om naar kantoor te gaan begint hetzelfde ritueel: Befferke verlaat zijn huis met frisse moed en een restje hoop, om die exact zeven minuten later te verliezen op de trein. Een trein zo vol dat sardienen zeggen: “amai, dit is wel wat dicht op elkaar.” Mensen staan niet, nee, ze worden gestapeld. Zweetoksel in oor, rugzak in rib, adem met een toets look van vorige week. En uiteraard zijn er altijd die opdringerige voorbijstekers die zich langs u wringen alsof ze een godgegeven recht hebben om eerst binnen te zijn. Spoiler: we rijden allemaal naar hetzelfde kutstation! Eens aangekomen int station moet ik mij slalommen door een nest zwermende pendelaars en zwervers die ruiken naar zeik. Over zeik gesproken, een indringende walm van pis verspreid zich doorheen gans Bruxelles-Nord, om nog maar te zwijgen over de vele plassen waar ik soms noodgedwongen moet over stappen.
Aangekomen op kantoor wacht het volgende mirakel: collega’s die geen vijf seconden hun bakkes kunnen houden. Altijd lawaai. Altijd aandacht nodig. “Hé Befferke, hebde dat al gezien?” Nee Karen, ik was net aan het werken, dat obscure ding waarvoor we hier zogezegd betaald worden.
Er zijn eveneens een viertal speciale soort collega's. Een ras. Een plaag.
Collega’s die een persoonlijk gesprek ruiken zoals haaien bloed ruiken. Ge hoeft niets te doen. Ge moet zelfs niets luid zeggen. Een halve zin is genoeg. Een fluistering. Een oogcontact. BOEM. Daar zijn ze.
Befferke staat met één collega een gesprek te voeren. Rustig. Menselijk. Niet voor het publiek. Niet voor participatie. Gewoon twee volwassenen die beknopt woorden uitwisselen. En dan—
“Ah ja maar daar heb IK ook iets over te zeggen.”
Nee.
Nee hebde gij niet.
Ze komen er altijd bij staan alsof het een open mic is. Zonder uitnodiging. Zonder context. Zonder schaamte. Plots staan ze in een halve cirkel rond u, knikken ze overdreven en beginnen ze zinnen met:
“Ja, ik ga daar toch even op inpikken…”
Inpikken op wát, Jos? Dit was geen vergadering. Dit was geen brainstorm. Dit was geen TED Talk. Dit was een gesprek. Tussen mensen die u er bewust niet bij gevraagd hebben.
En ze doen dat altijd met dat enthousiasme van iemand die denkt: eindelijk aandacht. Ze kapen het gesprek, draaien het naar zichzelf en eindigen met een anekdote die niemand nodig had en niemand zal onthouden. Maar wél twintig minuten kost.
En als ge dan subtiel probeert af te haken—lichaam draaien, oogcontact verbreken, stilte laten vallen—merken ze dat niet. Stilte is voor hen geen signaal. Stilte is een uitnodiging.
“Ja en nog iets hé…”
Befferke glimlacht beleefd, maar vanbinnen sterft er iets. Een klein stukje ziel. Elke keer opnieuw.
Het ergste? Ze doen alsof het volledig normaal is. Alsof elk gesprek in een kantoor automatisch community property is. Alsof privacy een exotisch concept is, zoals stilte of deodorant.
Befferke droomt van een wereld waarin hij een gesprek kan voeren zonder publiek. Zonder commentaar. Zonder live-regie door mensen die hun eigen leven saai vinden en daarom het uwe kapen.
En dan… de wc.
O lieve moeder Gods.
Remsporen.
Op.
De.
Pot.
In een kantoor. Met volwassenen. Mensen met LinkedIn-profielen en kinderen. Befferke vraagt zich af: is vegen een elective? Is dat iets wat men optioneel vindt na het middelbaar?
Maar wacht, er is meer. Meetings.
Ah ja, meetings. Waar collega’s systematisch gatlikken door telkens opnieuw het woord te nemen. Niet omdat ze iets te zeggen hebben, maar omdat stilte hen confronteert met hun eigen irrelevantie. Ze herhalen wat al gezegd is, maar dan luider, trager en met een PowerPoint. Resultaat: een meeting van 30 minuten die eindigt als een Netflix-serie van drie seizoenen waar niemand om vroeg.
En alsof dat niet volstaat, heb je ook nog de kerktorenmentaliteit-collega’s. Mensen die al panikeren bij een bonjour en spontaan huiduitslag krijgen van Engels, Frans, Spaans of – God verhoede – een buitenlandse collega. “Ja maar hier spreken we Vlaams hé.” Rustig, Guido, niemand komt uw Vlaamsche Poes euhm Leeuw afpakken.
En zo, dag na dag, beseft Befferke de ultieme waarheid:
Homeworking is de hemel.
Geen trein.
Geen remsporen.
Geen lawaaibakken.
Geen meeting-tijgers.
Geen oerracistische bekrompen kruisvaarders.
Alleen rust. Productiviteit. En het zalige besef dat hij bespaard blijft van die debiele collega’s.
Befferke werkt. In stilte. In vrede.
Met zijn koffie.
En zijn sanity.
Amen.